Volkskrant en Twitter: OPINIE KRINGLOOPLANDBOUW

03-10-2019

Nederland moet de ogen niet sluiten voor de negatieve bijeffecten van de kringlooplandbouw
Nederland koploper in de overgang naar ‘kringlooplandbouw’? Dat is niet zonder risico’s, betoogt een groep hoogleraren uit Utrecht en Wageningen.

Arjan Stegeman, Marcel Zwietering, Dick Heederik, Jan Kluytmans, Hauke Smidt en Saskia Arndt 3 oktober 2019, 21:27

Niet gepubliceerd - foto: Koningin Maxima krijgt een rondleiding na de opening van de eerste Groene Mineralen Centrale in Beltrum in de Achterhoek. De centrale is een voorbeeld van kringlooplandbouw in de regio en is een initiatief van familiebedrijf Groot Zevert Vergisting. Beeld ANP

Volgende week verdedigt ­minister Carola Schouten in de Tweede Kamer haar begroting – de eerste sinds ze haar beleid op een hogesnelheidskoers zette richting ‘kringlooplandbouw’. De Nederlandse landbouw en veehouderij moet zich minder richten op een lage kostprijs en meer op efficiënt gebruik én hergebruik van grondstoffen en energie, liefst op ­regionale schaal.

In de toekomstige kringloop krijgen koeien, varkens, geiten en kippen in Nederland nieuwe rollen. Ze moeten voedsel produceren door lokaal geproduceerd ruwvoer en organische rest- en afvalstromen te eten. Doelen zijn goede landbouwgrond te reserveren voor hoogwaardige gewassen en minder afvalstoffen en broeikasgassen in het milieu te laten verdwijnen.

Deze inspanningen om klimaat- en milieuproblemen aan te pakken zijn noodzakelijk. Ze vragen om drastische veranderingen in hoe onze landbouwhuisdieren voedsel produceren. Maar hoe dat voldoende efficiënt en veilig kan gebeuren voor dieren en consumenten, daarover weten we nog lang niet genoeg.

Kampioenen
Nederlandse landbouwhuisdieren zijn na de oorlog uitgegroeid tot productiekampioenen. Een gemiddelde Nederlandse koe levert nu tweeënhalf keer zoveel melk als zeventig jaar geleden. Een vleeskip van twee maanden oud weegt ruim vier keer meer dan toen.

Die dramatische productiegroei kon alleen plaatsvinden door speciaal gefokte dieren uitgebalanceerd te voeden. Het maag-darmkanaal van onze koeien, varkens en kippen is nu toegesneden op speciaal bereide voeders vol hoogwaardige grondstoffen. Omwille van voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn worden de productie, kwaliteit en veiligheid ervan streng gevolgd.

Onze veestapel laten overschakelen op lokaal geproduceerd voer en reststromen, zoals voedseloverschotten en keukenafval, brengt risico’s met zich mee – voor de dieren maar ook voor mensen. Om de omvang van die risico’s te bepalen, en manieren te vinden om ze met succes in te perken, zal veel gericht onderzoek nodig zijn.

Aanpassingen
Zonder gerichte aanpassingen zal ons vee meer last krijgen van stofwisselingsziekten en aandoeningen aan het verteringsstelsel, negatief voor hun welzijn. Door een mindere spijsvertering zullen ze mogelijk minder produceren, terwijl emissies via mest en gassen kunnen toenemen.

Maar er zijn ook incidentele, in potentie ernstige risico’s: voor dieren, boeren, omwonenden en consumenten. De gekkekoeienziekte liet ooit zien hoe desastreus het kan aflopen als ziekteverwekkers via organisch afval in veevoer terechtkomen: meer dan tweehonderd consumenten overleden, en de ruiming van ruim vier miljoen koeien kostte de Britse rundveesector haast de kop.

Actueler lessen zijn er ook. China heeft al honderd miljoen varkens ­gedood nadat, door keukenafval in veevoer, Afrikaanse varkenspest wijd is verspreid.

Virussen
Ook andere virusziekten zoals mond- en klauwzeer en klassieke varkenspest, of salmonella- en antibioticaresistente bacteriën, kunnen via afval in ons voedsel belanden. Hetzelfde geldt voor chemische verontreinigingen zoals dioxines, schimmeltoxinen, hormonen en antibiotica. Wanneer dat gebeurt, versterkt een kringloop het probleem: juist in een kringloop kan verontreiniging zich immers opstapelen en nauwelijks meer te verwijderen zijn.

Tot nu toe is in het beleid weinig aandacht besteed aan deze risico’s. In nota’s over kringlooplandbouw komen gezondheid en veiligheid nauwelijks voor. Ook de landbouwbegroting trekt geen geld uit voor het in kaart brengen van bijeffecten, noch voor het ontwerpen van methoden om de voedselveiligheid te blijven garanderen, zoals effectieve behandelingen van reststromen en strenge controle van alle bronnen van veevoer.

Wij juichen toe dat nadelige effecten van onze landbouw op klimaat en milieu worden verminderd via kringlooplandbouw. Maar Nederland moet niet de ogen sluiten voor de bijeffecten. Voor een succesvolle transitie naar écht duurzame landbouw is aandacht nodig voor de gezondheid van mens, dier én milieu, in al hun onderlinge en brede samenhang.

Arjan Stegeman, hoogleraar Gezondheidszorg landbouwhuisdieren, Universiteit Utrecht. 
Marcel Zwietering, hoogleraar Levensmiddelenmicrobiologie, Wageningen Universiteit.
Dick Heederik, One Health hoogleraar Gezondheidsrisicoanalyse, Universiteit Utrecht.
Henk Hogeveen, hoogleraar Management van diergezondheid, Wageningen Universiteit.
Jan Kluytmans, hoogleraar Epidemiologie van zorggerelateerde infecties, UMC Utrecht.
Hauke Smidt, hoogleraar Microbiële ecologie, Wageningen Universiteit.
Saskia Arndt, hoogleraar Diergedrag, Universiteit Utrecht.

 
 

Inloggen op de ledenportal