Blijft de NOP-richtprijs te ver achter bij de daadwerkelijke markt? In de huidige vraagmarkt blijkt het uitdagend om tot een marktconforme notering te komen.
Op de vraagmarkt lopen de toeslagen op. Voor legpluimveehouders is en blijft het zaak om het overzicht op de eiermarkt goed te blijven bewaren. Bovenop de NOP-richtprijs worden voor OKT-eieren intussen toeslagen van €1,40 of meer per 100 eieren betaald. Foto: Bram Becks
De eierprijzen bevinden zich op een hoog niveau. Er is duidelijk sprake van een vraagmarkt. De afgelopen weken steeg de NOP-richtprijs voor witte scharreleieren in de gewichtsklasse 62/63 gram in kleine stappen naar €17,25 per 100 eieren (week 6). Legpluimveehouders hadden de afgelopen weken rekening gehouden met grotere prijsstijgingen. Het sentiment leeft dat de notering achterblijft bij de markt en op dit moment geen juiste afspiegeling vormt van de situatie.
Eric Hubers, voorzitter van de LTO/NOP-begeleidingscommissie van de NOP-richtprijs, herkent de geluiden. “Het leeft sterk. Als begeleidingscommissie zijn we dan ook in gesprek over de NOP-richtprijs.”
Volgens Hubers is het in de huidige vraagmarkt uitdagend en complex om een marktconforme notering te publiceren. Concurrerende inkooppartijen vechten om de eieren. Ze proberen elkaar de loef af te steken met verhoogde toeslagen, ziet Hubers. “Eieren worden weggekaapt. Legpluimveehouders hebben de tijd mee. Als je eieren hebt, dan raak je ze vaak gemakkelijk kwijt.” De notering loopt achter de feiten aan, zo merkt Hubers. “De markt wordt ondoorzichtiger. We willen geen hoge toeslagen op de notering. Dat betekent dat de basisnotering te laag ligt.”
Waken voor overhaaste beslissingen
De begeleidingscommissie heeft de mogelijkheid om de opbouw van de notering aan te passen. Moet er misschien meer gewicht worden gegeven aan de invloed van buitenlandse noteringen? Of is er aanleiding om voor andere, binnenlandse prijsopgevers te kiezen? Hubers wil waken voor het maken van overhaaste beslissingen. “We zijn continu bezig om het verloop van de eierprijzen te analyseren. Dat willen we goed in kaart hebben. We willen een marktconforme notering, die duurzaam en evenwichtig is en op feiten gebaseerd.
Als voorzitter van de LTO/NOP-begeleidingscommissie zag Hubers de prijzen in Duitsland onlangs wat harder stijgen dan in Nederland. Hij wil een nuance aanbrengen. “De Duitse markt laat zich niet helemaal vergelijken met de onze. Duitse eieren zijn meer waard. Maar de stijging van de NOP-richtprijs zou wel in lijn moeten zijn met de Duitse prijsstijgingen.”
Sommige pluimveehouders hebben er intussen voor gekozen om zich (deels) te laten uitbetalen op basis van de Weser-Ems notering. “Dat werkt nu misschien goed en de prijzen gaan omhoog, maar ik wil erop wijzen dat je wordt uitbetaald op basis van een industrienotering. Dat is een totaal andere markt. Ik ken niemand die op de scharreleinotering van Weser-Ems wordt uitbetaald, ook niet met afslagen.”
Zaak om overzicht te bewaren
Volgens Hubers is en blijft het voor legpluimveehouders zaak om het overzicht op de eiermarkt goed te blijven bewaren. Bovenop de NOP-richtprijs worden voor OKT-eieren intussen toeslagen van €1,40 per 100 eieren betaald. “Sommige pluimveehouders beuren iets minder, andere iets meer. De kosten voor OKT-eieren nemen af, terwijl de opbrengsten toenemen. Dat moet je ook meewegen.”
Volgens Hubers is niet alleen de prijs van doorslaggevend belang bij het leveren van eieren. “Soms is het raadzaam om verder te kijken dan het laatste dubbeltje. Hoe wordt er omgegaan met eieren van tweede soort en welke afspraken liggen er bij een salmonellabesmetting?”
De Unie van Pluimvee Producenten (UPP) heeft volgens Hubers voor reuring op de markt gezorgd. “De UPP heeft pluimveehouders geholpen om goede afspraken te maken.” De LTO/NOP begeleidingscommissie staat er niet onwelwillend tegenover om deels samen met UPP op te trekken. “Als we er samen beter van worden, dan moeten we dat altijd doen.”
Verloop NOP-richtprijs kritisch gevolgd door UPP
Het bestuur en de directie van UPP denken na over de rol die zij zouden kunnen spelen bij de prijsvorming en het in stand houden van stevige noteringen. “Daarvoor werken we graag samen met andere partijen, met oog en respect voor ieders positie. UPP bewaakt daarbij haar rol en positie als verkoopbemiddelaar van en voor legpluimveehouders, die moet te allen tijde zuiver blijven”, zo zegt Wim Thomassen, verkoopbemiddelaar van UPP.
Het verloop van de NOP-richtprijzen wordt kritisch gevolgd bij UPP. Noteringen komen tot stand in het krachtenveld van marktpartijen, waarbij vaste in- en verkoopposities (reeds afgesloten contracten) een factor vormen die noteringen naar boven of (meestal) naar beneden kunnen ‘drukken’, stelt Thomassen. “Noteringen zijn daarom bijna nooit een zuivere afspiegeling van vraag en aanbod. De UPP hecht belang aan noteringen die stevig zijn gefundeerd en marktconform zijn, mede door balans in het krachtenveld bij de totstandkoming van de noteringen. De totstandkoming van de NOP-richtprijzen is voor de UPP niet (volledig) transparant.”
De UPP gelooft in marktwerking waarbij op ieder moment in het jaar een reële prijs wordt betaald voor eieren. De UPP-verkoopbemiddelaars zoeken in overleg met de pluimveehouder altijd naar de beste (prijs)afspraken in binnen- en buitenland. “Dat betekent dat de bemiddelaars altijd proberen een plus op noteringen te bewerkstelligen, in nauwe samenspraak met pluimveehouders en met oog voor de positie van pakstations en eierverwerkers”, zegt Thomassen.
Sinds de start van de UPP in 2021 is het aandeel verkoopafspraken op basis van vaste prijzen sterk gedaald. Destijds werd twee derde deel van de eieren tegen vaste prijs verkocht. Nu is dat nog een derde deel, zo laat UPP weten. Thomassen: “Er is een gezonde mix van verkopen op notering, al dan niet in combinatie met bodemprijzen en/of (deels) vaste prijzen, voor wisselende looptijden van 6 maanden, 12 maanden tot en met 1 of meerdere legrondes.”
De UPP ziet dat circa 15% van de verkoopafspraken is gebaseerd op de Weser-Ems notering. De UPP constateert bij haar verkoopbemiddelingen dat er een opwaartse ontwikkeling is in de toeslagen, die de laatste tijd relatief sterker is bij NOP dan bij Weser-Ems. Thomassen: “Als toeslagen te groot worden, is dat een teken dat een notering niet goed genoeg (meer) functioneert. Dat is een risico. Als een notering in de toekomst zwaar onderuitgaat, wordt dat niet meer goedgemaakt door een op enig moment contractueel overeengekomen toeslag.”
Uitbetaling loskoppelen van notering?
UPP kijkt met het oog op de toekomst ook naar manieren om de uitbetalingsprijzen los te koppelen van noteringen, zo zegt Thomassen. “We stellen ons de vraag wat het zou betekenen als toekomstige contract(eier)prijzen per afspraak worden uitonderhandeld, zonder koppeling aan welke notering dan ook. Misschien is het verstandig om met alle leden enkele malen per jaar een moment te organiseren waarop marktpartijen kunnen inschrijven. Een optie die we serieus nemen, zeker als dat meehelpt te voorkomen dat in een oplopende markt de pakstations en verwerkers klem komen te zitten tussen stijgende inkoopprijzen en door hen overeengekomen vaste verkoopprijzen.”
De NOP-richtprijs voor witte scharreleieren in de gewichtsklasse 62/63 gram pluste in week 6 met €0,33 per 100 eieren. Daardoor kwam de notering uit op €17,25 per 100 eieren. Pluimveehouders hadden de afgelopen weken op grotere stijgingen gerekend.
.png)
