Veterinair Centrum Someren draait op voor de schade van een pluimveehouder door de toepassing van een diergeneesmiddel dat niet toegelaten was voor legkippen. Dat heeft het gerechtshof in Den Bosch bepaald. Hoe groot de vergoeding bedraagt, moet nog nader worden vastgesteld. De pluimveehouder heeft in de rechtszaak aangegeven voor zeker ongeveer €260.000 schade te hebben. Het hof bepaalde in dezelfde zaak dat de dierenartsenpraktijk de schade in elk geval voor een deel mag verhalen op de verzekeraar.
De pluimveehouder haalde in de zomer van 2020 de dierenarts bij zijn legkippen, die net een kleine maand eerder waren opgezet. Een klein deel van de koppel was al aan de leg. De dierenarts stelde een Brunetti-coccidiosebesmetting vast en schreef het diergeneesmiddel Doruzil voor. Dat middel was volgens de toen geldende toelating niet geschikt voor legpluimvee dat eieren produceert voor humane consumptie.
De pluimveedierenarts ging ervan uit dat de cascaderegeling kon worden ingezet. De cascaderegeling staat in bepaalde situaties toe dat diergeneesmiddelen worden toegepast die in Nederland niet voor de betreffende diersoort of aandoening zijn toegelaten. De regeling is bedoeld om dieren ondragelijk lijden te besparen. De dierenarts gaf de pluimveehouder op dat na de laatste toediening van het middel een wachttijd van 7 dagen voor consumptie-eieren gold.
Vermoeden van illegale behandeling
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bezocht de pluimveehouder twee weken nadat de kippen waren behandeld, met het vermoeden dat sprake was van illegale behandeling van het pluimvee. De stal (25.300 kippen) werd geblokkeerd en de productie uit die stal moest worden afgevoerd en vernietigd. De pluimveehouder miste daardoor eieropbrengsten en draaide onder andere op voor de onderzoekskosten en de vernietigingskosten.
Het hof stelt nu dat de dierenarts het diergeneesmiddel niet had mogen toedienen en daarbij geen wachttijd van zeven dagen had mogen voorschrijven. Het dierenartsenbedrijf is aansprakelijk voor de schade van de pluimveehouder, die daarvan het gevolg is, aldus het hof. Hoe groot de schade is, zal nader moeten worden vastgesteld.
Verzekeraar moet betalen
Het Veterinair Centrum mag de schade in elk geval voor een deel verhalen op de verzekeraar, oordeelt het hof. De verzekeraar draait ook op voor de juridische kosten van de dierenarts. Het hof veroordeelt de verzekeraar bovendien tot de betaling van €193.211 voor de rechtsbijstand.
