Boerderij: Prof. Filip van Immerseel: ‘Salmonella tot nul brengen is een utopie’

02-09-2026

Prof. Filip van Immerseel: ‘Salmonella tot nul brengen is een utopie’

Filip van Immerseel ziet de stijging van het aantal salmonellapositieve legbedrijven als een normale variatie. Hij ziet heil in hervaccinatie van de hennen zodra een bedrijf positief wordt. Na frequente monitoring zouden de eieren dan zelfs weer de verse markt op kunnen.

Vanaf 1980 is wereldwijd het aantal salmonella-infecties bij de mens sterk toegenomen, met een piek rond de eeuwwisseling. Daarop initieerden de overheden veel onderzoek, zo ook het doctoraal onderzoeksproject van de net afgestudeerde Filip van Immerseel. “Ik ben erg geïnteresseerd in de relatie tussen dierziekten en de humane gezondheid. Dit was voor mij de perfecte combinatie: een bacterie vanuit dieren die ziekte veroorzaakt bij de mens; lab-onderzoek met een directe link naar de praktijk en maatschappelijk erg relevant. Ik heb veel onderzoek kunnen opstellen, uitvoeren en gefinancierd gekregen. Daarbij hebben we veel nieuwe dingen kunnen uitproberen en ontdekt.”

Prof. Filip van Immerseel

 

Prof. dr. Filip van Immerseel (50) is afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur, met als specialisatie gentechnologie. Hij promoveerde in 2004 op de werking van het immuunsysteem van de darmen na een salmonella-infectie en is daarna onderzoek blijven doen naar bacteriële pathogenen van dieren. Met meer dan 250 wetenschappelijke publicaties op zijn naam is hij wereldwijd een van de meest geciteerde wetenschappers op het gebied van salmonella in de darmen van pluimvee. Zijn onderzoeksgroep aan de Universiteit van Gent (B.) kijkt specifiek naar hoe Salmonella Enteritidis de darmbarrière van kippen doorbreekt en hoe vaccinatiestrategieën of voeradditieven dit kunnen stoppen.

Op welke ontdekking bent u het meest trots?

“Dat bepaalde korte-ketenvetzuren, boterzuur bijvoorbeeld, effect hebben op de schadelijkheid van verschillende bacteriën. Die overleven wel, maar worden er minder virulent door, dus minder pathogeen. Heel veel bedrijven passen dat toe in de samenstelling van hun voederadditieven, hetzij door boterzuur te gebruiken of door de boterzuurproductie in de darm te bevorderen. Daar gaat het uiteindelijk om, je onderzoek moet gebruikt worden.”

Is dat gepatenteerd?

“Ja, we hebben een twintigtal patenten. Voor de universiteit is dat enerzijds financieel van belang, maar ook omdat het toont dat het onderzoek maatschappelijk belang dient.”

Salmonella-uitbraak in België

 

Ruim 300 mensen werden in België de afgelopen maanden ziek door een salmonellabesmetting die was terug te leiden tot besmette eieren van een bedrijf in Geel. Daar was dit voorjaar al een besmetting geconstateerd in een van de vier stallen. De eieren uit die stal gingen direct naar de eiproductenindustrie. De dieren in de andere drie stallen op het bedrijf bleken destijds bij monstername salmonellavrij. Drie maanden later bleken ook deze dieren positief en werd een terugroepactie voor de eieren ingezet.

“Meestal zijn zulke uitbraken veroorzaakt door één groot gerecht waarbij besmette eieren zijn gebruikt, maar hier lijken het individuele losstaande besmettingen te zijn door consumptie van eieren die in de supermarkt gekocht zijn”, aldus Filip van Immerseel. “Dat is enigszins speciaal, zeker gezien de aantallen besmette personen. Reden is dan uiteraard het gebruik van rauwe eieren in gerechten, bijvoorbeeld tiramisu, of niet volledig gebakken eieren.”

“Het is niet zo dat er geen goede opsporing van de bacterie was, want er werden effectief stalen genomen op het pluimveebedrijf die dan positief bleken (faecaal), waarna de eieren zijn teruggeroepen. Het was een geval van kruisbesmetting tussen een positieve stal en naburige stallen waarvan de monsters initieel negatief testten. Er is direct actie ondernomen toen deze positief testten. Wat dit voor mij speciaal maakt, is dat er veel eieren besmet leken te zijn. Dikwijls is dat in geval van positieve faecale monsters niet steeds het geval.”

Hoe beziet u de regelgeving rondom salmonella?

“Doel was en is het terugbrengen van de humane besmettingen. Dat leidde tot heel veel wetgeving vanuit Europa, met als gevolg nationale bestrijdingsprogramma's die per land verschillen. Hoofdzaak zijn verplichte monitorings- en vaccinatieprogramma's. Daarnaast is ingezet op versterkte bioveiligheid. Dat heeft geresulteerd in een heel sterke afname van het aantal humane gevallen. Eigenlijk is er nu, zeg 30 jaar later, een basaal niveau aan positiviteit zowel bij de mens als bij de dieren. Het niveau is al 10 tot 15 jaar hetzelfde met kleine schommelingen. Het lijkt toe te nemen bij leghennen, maar eigenlijk is dat meer een fluctuering dan dat er een gigantische stijging is.”

Zijn we dan op een niveau beland dat je maar moet accepteren?

“Rond de 2% positieve leghennenbedrijven is op zich vrij weinig, eigenlijk heel goed zelfs. Bij lichte stijgingen blijf je nog ver van de percentages begin deze eeuw. Toen zaten we op 20 tot 30% positieve bedrijven in Nederland en België, in Zuid-Europa richting 60%, in Scandinavië net boven 2%. Dat werd het EU-doel, dat is gehaald. Het reflecteert zich in het aantal humane besmettingen dat ook relatief onder controle is. De acties moeten er nu op gericht zijn om het peil niet terug te doen stijgen. Tot nul brengen is een utopie, je kunt de kiem nooit elimineren.”

Een tijdelijke verhoging van 2 naar 3 of 4% is dus geen ramp?

“Nee. De vraag is zelfs of het aantal humane besmettingen meestijgt. Er is nu een verhoogd aantal besmettingen die niet gerelateerd lijken. Een logische, normale variatie. Je moet ingrijpen als je almaar blijft stijgen. Natuurlijk, men rekent op 2% bij leghennenkoppels want daarboven voldoe je niet aan de EU-regels. Daarom ontstaat makkelijk paniek nu wat landen even erboven zijn gekomen. Maar ik denk dat binnen vijf jaar alles daar weer onder zit.”

 

Wat betekent een positief monster voor het risico op humane besmetting?

“Dat is eigenlijk heel moeilijk om in te schatten. Een positief mengmestmonster kan betekenen dat een hoog percentage dieren positief is of dat er slechts een enkel dier positief is. Een positieve stofstaal zegt niets anders dan dat er salmonella in de wanden of omgeving aanwezig is, niet of de dieren positief zijn. Positieve monsters zeggen alleen dat er ergens een risico is dat salmonella mogelijk overgedragen wordt naar het vlees of de eieren en dan mogelijk naar de mens. Hoe groot dat risico is, weet je echter niet zeker.”


Reinigen en ontsmetten is en blijft moeilijk; 100% optimale R&O is onhaalbaar


Moet je herhaaldelijk positieve bedrijven anders behandelen dan nieuwe?

“Dat hangt er een beetje vanaf. Bij vleeskuikens heb je veel recidive met Salmonella Infantis. Die is veel meer in staat om te overleven dan Salmonella Enteritidis die vooral bij legpluimvee zit. Infantis is moeilijker weg te krijgen, is aanwezig in het bedrijf maar ook erbuiten; in zand, in modder, op laarzen. Reinigen en ontsmetten is en blijft moeilijk; 100% optimale R&O is onhaalbaar. In principe kunnen gespecialiseerde bedrijven het beste de R&O uitvoeren. Zij hebben de kennis en expertise. Hoewel pluimveehouders veelal hun uiterste best doen om dit goed uit te voeren, zie je in de praktijk dat ze het minder solide doen, de procedures en gebruiksaanwijzingen minder strikt volgen. Het is daarom zeker te overwegen herhaaldelijk positieve bedrijven te verplichten de R&O uit te besteden aan een erkend bedrijf.”

Leghennen gaan nu bijna standaard richting 100 weken productie. Zou je een extra vaccinatie in de legperiode moeten verplichten?

“In Nederland en ook in België treedt meer positiviteit op bij langer leggende koppels. Het aantal positieve tomen neemt juist daar toe. Het aantal positieve stalen gaat over 2%. Niet opeens naar 15%, wel naar 3 à 4%. Dat kan betekenen dat er een soort immuniteitsverval is vanaf een bepaalde periode na de laatste vaccinatie. Recent is een aantal vaccins, zelfs levende, geregistreerd om tijdens de leg te vaccineren. Een hervaccinatie zal zeker de immuniteit versterken. Gekoppeld aan het feit dat oudere dieren vaker positief zijn, lijkt mij hervaccinatie een plausibele, nuttige maatregel. Maar dan wel op globaal niveau, misschien op Europees niveau.”

Heeft kanaliseren van de eieren wel nut na een positief monster?

“Het fenomeen van eierbesmetting is heel marginaal. Vermoedelijk gaat slechts één op de 1.000 of 2.000 eieren positief zijn in een salmonellapositief bedrijf. Het is vooral een probleem van grote bereidingen met rauwe eieren en soms gebrekkige koeling van gerechten. Inschatten van het risico om alle eieren van een positief bedrijf vers naar de markt te brengen is moeilijk. Uiteraard is de kans dat salmonellapositieve bedrijven besmette eieren leveren groter dan bij negatieve bedrijven.”

Wat zou je dan moeten doen?

“Je zou kunnen gaan naar een combinatie van maatregelen en zware monitoring. Niet morgen al, de effectiviteit van zo’n beleidswijziging vraagt eerst onderzoek. Maar ik zie het zeker als haalbaar om direct na een positief monster de hennen te vaccineren met een geïnactiveerd vaccin. Daarmee houd je de positiviteit zo laag mogelijk als de dieren toch besmet raken. Het voorkomt dat de kiem in de darmen aanslaat en zorgt er zeker voor dat die kiemen minder via de bloedbaan naar de eileiders gaan. Het helpt de darmflora te stabiliseren. Dat kun je nog eens extra ondersteunen met voeding, daarvoor komen onder andere die boterzuurderivaten in beeld en ook probiotische producten. Dat moet je koppelen aan een frequente bemonstering. Na een x-aantal opeenvolgende negatieve staalnames is het risico op besmette eieren erg laag en zou je ze weer vers op de markt kunnen brengen. De overheden zijn daar huiverig voor, ondanks het marginale risico.”

Wat is daar de reden voor?

“Ze zijn beducht voor een ernstige uitbraak die te herleiden is naar een bedrijf dat ooit positief was, en dat is volkomen terecht. Als wetenschapper denk ik dat het risico bij opeenvolgende negatieve staalnames echter zo beperkt zal zijn dat het acceptabel is. Besef ook dat de meest gevaarlijke besmetting niet alleen van eieren en vlees komt, maar ook van andere producten. We zitten niet meer in de situatie zoals 30 jaar geleden dat massaal mensen besmet raakten. Natuurlijk moet je blijven monitoren, dat is en blijft belangrijk. Hoe langer je tussen twee stalen wacht, hoe meer kans op een onontdekte besmetting en op verspreiding. Ik denk dat je meer frequent moet monitoren, zeker bij oudere koppels. En besef, er zit veel meer salmonella in de omgeving dan je denkt, de vraag is alleen of je het vindt.”

De stijging van 2 naar 4% salmonellapositieve legkoppels ziet prof. Van Immerseel als iets tijdelijks, een normale fluctuatie. “De vraag is zelfs of het aantal humane besmettingen meestijgt. Er is nu een verhoogd aantal besmettingen die niet gerelateerd lijken.”

 
 

Inloggen op de ledenportal