Hoe startte OVO Vision in de eiersector?
“In 1999 speelde een dioxineprobleem bij eieren door vervuild Belgisch veevoer, de Verkest-affaire. Samen met Moba hebben we toen heel snel de traceerbaarheid in pakstations geregeld vanaf het moment dat het ei op de sorteerder komt tot het punt dat het ei in een kleinverpakking gaat.”
Een snelle start dus. En daarna?
“We hebben de traceerbaarheid gekoppeld aan de administratieve flow die gelijk is aan de eierstroom en de afrekening naar de pluimveehouders. En toen kwamen de vragen over de eigen kippen van pakstations, dus gingen we softwarematig iets met legstallen doen. Daarna de broederijen, de genetica, de opfok en de grootouderdieren plus de dierhistorie. In Amerika moest de koppeling met de eigen voerfabrieken van de integraties er ook bij. Uiteindelijk hebben we nu de hele legketen erin zitten van het voer tot en met het voorraadbeheer van retailers voor grote integraties als Rose Acre en Hillendale , in Europa voor bedrijven als Hennes en Interovo . We hebben nu elke dag 170 miljoen eieren in beeld, ruim 210 miljoen hennen en een kleine 6.500 stallen.”
Het draait om de driehoek financieel, logistiek en kwaliteit met daarbovenop tracking en tracing
Wat drijft jullie processen?
“Het draait om de driehoek financieel, logistiek en kwaliteit, met daarbovenop tracking en tracing. Daarmee heb je eigenlijk alles van wat er in een bedrijf aan data gevangen wordt te pakken. Daarnaast moet je de voorraadbewegingen erin hebben. Dat kun je dan op allerlei manieren uitbreiden. Maar die drie-eenheid is de basis.”
AI maakt slechte data niet goed, je krijgt hooguit sneller een verkeerd antwoord
U ondersteunt de logistiek in heel grote bedrijven en integraties. Wat valt op?
“Data worden vaak beperkt aangeleverd via deelsystemen; veel daarvan leveren de data vanuit de technische hoek. Hierdoor loop je de kans meerdere waarheden in het bedrijf te krijgen. Koppelen kan, maar er blijven overlappingen en vaak ook hiaten zitten in het datamodel. Alleen met de echte data van de sorteerder en liefst ook nog van het voer- en legbedrijf erbij kun je zaken voorspellen. Iedereen praat over AI, maar AI maakt slechte data niet goed. Als financiële, technische en logistieke gegevens niet op dezelfde werkelijkheid zijn gebaseerd, krijg je hooguit sneller een verkeerd antwoord.”
Hoe ver zit u in de keten?
“Helemaal: alle data van de inkoop van de voeringrediënten, de opfok, de grootouderdieren, de legbedrijven, het pakstation en de brekerij, zelfs het transport en de planning om uit te leveren naar de retailers zitten erin. Alleen dan kun je anticiperen op waar in de markt behoefte aan is of als er ineens een dierziekte zoals vogelgriep toeslaat.”
Wat merkt de pluimveehouder daarvan?
“Dat is een beetje afhankelijk van met wie hij zaken doet. In Europa zijn genetica, mengvoerbedrijven, broederij, legbedrijven, pakstations, eierverwerking en retail allemaal losse entiteiten. Slechts een klein deel van de beschikbare data, het meest basale deel, stroomt hier tussen die schakels. We kunnen vandaag aangeven wat er morgen aan productie uitkomt en hoe die eieren gaan sorteren. Die projecties doen we voor een paar dagen vooruit met de werkelijke waarden, op basis van rasstandaarden zelfs 2 tot 3 jaar vooruit. In de VS hebben we van de integraties alles. We weten wat er in de stallen gebeurt. We hebben de data van de dieren tot en met alle info van de grootouders van die batch hennen en de bijzonderheden in de opfok. We hebben er de voerformuleringen en draaien de voeroptimaliseringen. Met al die gegevens kunnen we precies analyseren wat er gebeurt als er een klein beetje aan knopjes gedraaid wordt. Wat doet dat koppel beter of slechter? Hoe gaat het met de eischaalkwaliteit? Hoe verandert de sortering? Daar zijn wij mee bezig.”
En in Nederland?
“Als Nederlandse boer zit je in allerlei systemen. Alles wat input levert aan of output betrekt van het dier weet alles van jou of zou alles van jou kunnen weten: het pakstation, het voer, de fokkerij, de farmacie en de bank. Zelf krijg je de info echter zeer beperkt.”
Wat is daarbij de bottleneck?
“Bepalend is hoe de ketenregisseurs zich opstellen. Wij hebben het zo gemaakt dat ze naar hun boeren alle data kunnen terugkoppelen die op het pakstation verzameld worden. Maar je bent wel 14 dagen verder voor je die info krijgt. Die data zijn er echter realtime, de pluimveehouder zou die ook teruggekoppeld kunnen krijgen zodra het laatst verwerkte ei van de sorteerband af is. Je kunt op basis daarvan zelfs adviseren. Bijvoorbeeld: ‘ga eens wat meer of minder voeren, want volgens onze gegevens en aannames zit dat fout’. We kunnen zelfs nog een stap verder gaan. Als je ieder kwartier watermeting doet en onder andere de staltemperatuur doorzendt, kunnen we ook nog aangeven wanneer er iets met de dieren aan de hand is.”
Pakstations kunnen dus realtime terugkoppelen, waarom wordt dan niet maximaal stal- en productiedata uitgewisseld?
“Dat vraagt volledig onderling vertrouwen en de discipline om tijdig correcte gegevens uit te wisselen. Zo kan er meerwaarde voor de gehele keten worden gecreëerd. Een redelijke verdeling van resultaten en risico zou hieraan bij kunnen dragen. Zodra financiële belangen gaan spelen, wordt vertrouwen op de proef gesteld. In enkele landen, waaronder Engeland, is het al zo ver dat iedere pallet eieren een complete analyse van de resultaten krijgt. Niet omdat er zoveel verschil zit binnen pallets van hetzelfde bedrijf van dezelfde levering, maar om te voorkomen dat er ergens gesjoemeld wordt.”
Ik zou heel erg zenuwachtig worden als ik alleen maar kengetallen zonder financiële onderbouwing had
Hoeveel laat een Nederlandse pluimveehouder liggen doordat hij niet maximaal koppelt?
“Dat is een hele lastige vraag. In hoeverre willen de ketenspelers die informatie verstrekken en delen? Data van twee weken geleden vertellen je wat er fout of goed is gegaan. Realtime data helpen je om vandaag nog iets te veranderen. Als je vandaag ander voer inzet, dan moet je de komende paar dagen die kippen kunnen volgen en zien wat het doet. Ik zou heel erg zenuwachtig worden als ik alleen maar kengetallen zonder financiële onderbouwing had. Het gaat erom dat je een goedkopere component bij het voer kunt mengen en wel een vergelijkbaar resultaat kunt bereiken. Of eventueel iets op technische resultaten verliezen, maar onderaan de streep wel meer overhoudt. Dat is het enige wat telt. Dat is de insteek waarop we ons systeem gebouwd hebben. Het gaat over veel data en daarmee veel knoppen om aan te draaien om de resultaten te optimaliseren.”
Zeg je daarmee dat de Nederlandse boer het gaat verliezen omdat hij te weinig financiële cijfers heeft?
“Niet noodzakelijk. Maar de zelfstandige pluimveehouder moet wel zorgen dat hij dezelfde informatiepositie ontwikkelt als de grote geïntegreerde bedrijven. Wie zijn technische prestaties kan verbinden met kosten, opbrengsten en marktinformatie, staat veel sterker in de keten. Schaalgrootte geeft grote bedrijven een voordeel, maar data kunnen juist ook de zelfstandige pluimveehouder sterker maken. Wie precies weet wat er in zijn stal gebeurt, wat een ei werkelijk kost, wat iedere beslissing oplevert en waar in de keten waarde wordt gecreëerd, kan veel sterker ondernemen én onderhandelen. De toekomst draait daarom niet alleen om meer data, maar vooral om betere informatie en om de vraag wie daar uiteindelijk van profiteert.”
Voorspel je daarmee het einde van de structuur zoals we die nu in Noordwest-Europa hebben?
“Ik verwacht dat het aantal zelfstandige bedrijven verder afneemt en dat schaalvergroting en ketenintegratie versnellen. Tegelijkertijd blijven er kansen voor sterke zelfstandige ondernemers die zich onderscheiden en veel scherper op data, kosten, rendement en marktpositie sturen. Pluimveehouders zijn veelal geen inkopers en verkopers. Veel beslissingen zijn gebaseerd op ervaring, relaties en vakmanschap. In een steeds professionelere markt moet dat vakmanschap veel sterker worden ondersteund door actuele technische én financiële informatie. Er worden steeds grotere clubs gevormd, steeds meer geïntegreerde ketens met in- en verkoopafdelingen met enorme volumes. Het lijkt er zelfs op of de overheid dit stimuleert door geen duidelijk beleid te voeren waardoor de grote partijen steeds makkelijker hun slag kunnen slaan.”
Waar staan we over 5 jaar?
“Ik denk dat een substantieel deel van de boeren weggesaneerd is en dat in Nederland en West-Europa grote bedrijven overblijven. De professionalisering en consolidatie van bedrijven neemt alleen maar toe en versnelt. Zie het Braziliaanse Global Eggs dat ruim €850 miljoen heeft opgehaald om wereldwijd bedrijven op te kopen. Er worden kralen geregen, de data worden maximaal gekoppeld en geanalyseerd en nog beter gebruikt. Dan wordt echt op technische en financiële informatie gestuurd. De financiële component wordt de sleutel in dit hele verhaal. Het wordt nog sterker financieel gedreven met aandeelhouders die alleen maar kijken naar rendement. Ik weet niet of dat goed of slecht is, maar ik ben ervan overtuigd dat dat de marsroute is.”
Kleinere spelers blijven relevant in de niches
Datavergaring gaat de schaalvergroting en integratievorming drijven?
“Ja. De clustering en schaalvergroting kunnen alleen gerealiseerd worden met een goed inzicht in vraag en aanbod. Daarnaast het juiste product op de juiste plaats hebben om efficiënt en effectief te kunnen produceren. De kleinere spelers blijven relevant in de niches en in de ruimte die de grote partijen bewust laten liggen. Ze zijn specialistisch, flexibel en complementair aan de marktleiders. Maar de echte volumes zitten bij de grote spelers. Zij bepalen het speelveld, zetten de schaal en vullen uiteindelijk de schappen.”
OVO Vision richt zich nu alleen op de legketen. Ligt verbreding naar de pluimveevleesketen niet voor de hand?
“Ja, de broilers staan bij ons op de roadmap. Het is bijna een-op-een te dupliceren, alleen de slacht en verwerking is een andere wereld. Gesprekken lopen om een groot deel van de markt in West-Europa op te pakken.”