Boerderij: Minder pluimveefokkers, meer risico: pluimveesector wordt kwetsbaarder18-09-2026
Minder pluimveefokkers, meer risico: pluimveesector wordt kwetsbaarderDe wereldwijde pluimveefokkerij wordt gedomineerd door drie grote partijen en hun dochterondernemingen. Door consolidatieslagen neemt de concurrentie in de markt af en zijn dieren afkomstig van een beperkt aantal bedrijven. Dat maakt de sector kwetsbaarder en vergroot de zorgplicht van fokkerijorganisaties, zo constateren betrokkenen. De afgelopen decennia hebben flinke consolidatieslagen plaatsgevonden in de fokkerijwereld voor pluimvee. Drie grote spelers en hun dochterondernemingen domineren de markt. Bij leghennen gaat het om EW Group (Hy-Line, Lohmann, H&N en Novogen) en Hendrix Genetics (ISA, Dekalb, Shaver, Bovans, Babcock and Hisex). Bij vleeskuikens maken EW Group (Aviagen en Hubbard) en Tyson Foods (Cobb-Vantress) de dienst uit. Alex Janssen: ‘Zaak dat ondernemers keuzemogelijkheid behouden’Alex Janssen is als verkoopleider van Vepymo actief in de leghennensector. Hij bekijkt de ontwikkelingen in de vleeskuikensector met argusogen. “Er is een gebrek aan concurrentie. Ik hoop niet dat we in de leghennensector dezelfde kant opgaan. Daar heb ik ook geen signalen voor. Het is zaak dat ondernemers keuzemogelijkheden behouden.” Janssen stelt van een afstand vast dat de EW Group met zijn dochterondernemingen Aviagen en Hubbard in de vleeskuikenhouderij een monopoliepositie heeft verworven. “Dat is geen gezonde situatie. Het blijft levende have. Stel je voor dat er wat met Aviagen of Hubbard gebeurt. Dat zou grote problemen kunnen opleveren. De concurrentie kan dat niet zomaar opvangen.” In de Nederlandse leghennensector hebben ondernemers nog behoorlijk wat keuze. De rassen Dekalb White, LSL Lite, Crystal Nick en Super Nick zijn de meest ingezette rassen bij ondernemers die witte hennen houden. Leghennenhouders met bruine hennen zetten voornamelijk Brown Nick, Isa Brown of Lohmann Brown in. “Wij werken vooral met Dekalb White en Isa Brown. We willen efficiënt en betaalbaar opereren. Voor de kostprijs is het gunstiger om met minder rassen moederdieren te werken”, aldus Janssen. Janssen merkt intussen dat ook in de leghennensector langzaam maar zeker een verschuiving plaatsvindt richting een steeds meer geïntegreerd model. Voor distributeurs van fokkerijmateriaal is het lastig om zelfstandig te blijven opereren. Bedrijven worden onderdeel van fokkerijorganisaties of werken uitsluitend nog met bepaalde rassen. Bedrijven actief in de legvermeerdering of legopfok worden steeds vaker overgenomen. “Planning- en kostprijs-technisch gezien heeft dat voordelen.” Volgens Janssen hebben de huidige fokkerijorganisaties in de markt met het oog op de toekomst een grote verantwoordelijkheid om de genetica van de bestaande rassen te blijven waarborgen. “Er ligt een grote zorgplicht om het goed te blijven doen. Fokkerijorganisaties zijn zich daarvan bewust en blijven investeren.” Verschuivingen bij vleeskuikensWillem Tel, inkoper bij slachterij Esbro in Wehl (Gld.), heeft de verschuivingen in de vleeskuikenhouderij de afgelopen decennia van dichtbij meegemaakt. “Cobb 500 was ooit het belangrijkste ras in de gangbare vleeskuikenmarkt. Cobb had ruwweg twee derde deel van de markt in handen. Ross (later Aviagen) was destijds met de 208 goed voor het resterende marktaandeel.” Voorstander van competitie in de marktTel is van vroeger uit een voorstander van competitie in de markt. Vleeskuikenhouders die Cobb-kuikens opzetten, worden bij Esbro beloond met een bonus. In de praktijk hoeft de slachterij deze premie echter bijna nooit uit te keren. “We stimuleren Cobb. Als er wat met Aviagen gebeurt, dan hebben we niks. De vroegere verdeling was een gezonde, waarbij de marktleider twee derde deel van de markt in handen had. Die verhouding is nu zoek. We hebben nu al jaren te maken met een dominant ras.”
Begrijp Tel niet verkeerd. Als alles klopt, dan is hij zeker niet ontevreden over de kwaliteit en voorspelbaarheid van het huidige Ross-kuiken. Fokkerijorganisatie Aviagen heeft volgens Tel duidelijk aandacht besteed aan het terugdringen van kwaliteitsissues zoals ‘wooden breast’. ‘We zijn kwetsbaarder geworden’Het gaat Tel veel te ver om te stellen dat er in de vleeskuikensector nu met vuur wordt gespeeld. “Ik vind risico ook een groot woord. Aviagen is zich bewust van zijn positie in de markt en maakt goede risicoanalyses. Ze spreiden risico’s. Hun fokmateriaal bevindt zich achter slot en grendel en wordt bovendien gehouden in pluimvee-arme gebieden. Jij en ik hebben daar geen toegang toe. Dat is ook niet meer dan terecht. Maar het is een feit dat we wel kwetsbaarder zijn geworden, zeker in geval van calamiteiten.” Grote genetische pool bij langzame groeiersPaul van Boekholt loopt namens fokkerijorganisatie Hubbard al jarenlang mee in de pluimveesector. Ook hij heeft het speelveld in de vleeskuikenfokkerij drastisch zien veranderen. “Ik ben in 1992 begonnen. Toen konden Nederlandse vleeskuikenhouders nog kiezen uit meerdere rassen. Hybro is door Cobb opgeslokt en AA en Cobb zijn uit Nederland verdwenen.” Beperkt aantal zuivere lijnen“Voor het langzamer groeiende segment hebben we binnen Hubbard tientallen pure foklijnen ter beschikking. Op dat vlak verschilt de markt van het reguliere segment”, zegt Van Boekholt. “Voor de reguliere markt wordt al decennialang gebruikgemaakt van synthetische lijnen op basis van een paar oorspronkelijke rassen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het Cornish-ras voor de hanenlijnen en de White Plymouth Rock voor de hennenlijnen. Die oorspronkelijke rassen vormen de basis van de huidige synthetische lijnen, waarvan de nakomelingen in de vleeskuikenstal lopen. Binnen de fokkerijpiramide worden vier verschillende lijnen gekruist, waarbij iedere fokkerijorganisatie gedurende jarenlange selectie haar eigen keuzes heeft gemaakt met betrekking tot de fokdoelstelling. Daardoor zie je de huidige verschillen in prestaties”, aldus Van Boekholt. ‘Wereldmarkt draait om efficiëntie’Buiten Noordwest-Europa draait het op de wereldmarkt nog altijd om efficiëntie en volume, ziet Van Boekholt. “Een goedkoop stukje dierlijk eiwit produceren; dat zie je overal terugkomen. In Nederland en in omringende landen is de nadruk de afgelopen twintig jaar steeds meer op welzijn komen te liggen.” We ondervinden geen hinder’“We hebben geen aanleiding om te denken dat de genetische pools waaruit wordt geput te smal zijn. We redden ons er aardig mee en ondervinden geen hinder”, zegt Jan Minten, algemeen directeur van broederij Lagerweij Heijmer van Hulst en bestuurslid van COBK (Centraal Orgaan Broedeieren en Kuikens). ‘Situatie waar je bezorgd over zou kunnen zijn’“Wereldwijd zijn er slechts een paar organisaties actief in de pluimveefokkerij. Dat is een situatie waar je bezorgd over zou kunnen zijn. Concurrentie is goed. Ik denk dat ik namens meerdere dierenartsen spreek als ik zeg dat meer variëteit niet erg zou zijn”, aldus Maarten van den Berg, praktiserend pluimveedierenarts bij Poultry Vets en voorzitter van het Platform Pluimveedierenartsen. Marktvraag leidendVan den Berg ziet dat het Ross 308-kuiken tegemoetkomt aan de vraag vanuit de Nederlandse vleeskuikenmarkt. “Het ras sluit daar perfect op aan. Voor Cobb – wereldwijd ook een belangrijke partij – is het zaak om daaraan te werken. Al zit Ross ook niet stil.” |

