Nieuwe Oogst: Leghennen hebben veel potentie: gerichter voeren voor meer eieren per hen12-10-2026
Leghennen hebben veel potentie: gerichter voeren voor meer eieren per henDe doelstelling bij de productie van leghennen schuift snel op. Enkele jaren geleden lag die nog op vijfhonderd eieren in honderd weken. Inmiddels gaat het om zeshonderd in 120 weken. Met een gerichte voeding naar behoefte en de nodige managementmaatregelen is dat haalbaar. Het lichaamsgewicht van hennen gaat niet gelijk op met hun buikvetreserves. Dat is een van de nieuwste inzichten die kunnen leiden tot hennen met een productie van zeshonderd eieren in 120 dagen. Een zware hen kan heel weinig buikvet hebben terwijl een lichte hen juist veel buikvet meedraagt. Lieske van Eck, hoofdwetenschapper pluimvee bij Cargill Animal Nutrition & Health, stelde dat vast tijdens haar promotieonderzoek aan Wageningen University & Research. De hoeveelheid buikvet is daarbij zeer belangrijk voor een leghen. Het heeft invloed op de vorming van de eidooier en daarmee de eierproductie. Maar een teveel aan buikvet kan leiden tot leververvetting. Dat pakt negatief uit voor de hormoonhuishouding en daarmee voor de vruchtbaarheid en het legpercentage. Tijdens haar promotieonderzoek heeft van Eck de invloed van de voeding tijdens de opfok en legperiode op de ontwikkeling van buikvet en gewicht, de eierproductie en de persistentie nauwgezet gevolgd. Daarbij zijn de hennen gevolgd tot 110 weken leeftijd. Veel langer dan de dertig of veertig weken die gebruikelijk zijn in voedingsonderzoek. Omdat er nog geen instrument was voor het meten van buikvet, heeft ze samen met Cargill de infraroodmeter Reveal layers ontwikkeld en getest. Bij een zieke hen gaat 45 procent van het voer naar de afweer en slechts 15 procent naar het ei Uit het onderzoek door Van Eck blijkt de vetaanzet bij de jonge hennen al te starten vanaf week twee. Voer met een hoge concentratie van energie en eiwit werkt hierbij positief. Vanaf week vijf tot twaalf neemt de relatieve vetaanzet toe. Tegelijk is het zo dat de hennen tot twaalf weken leeftijd vooral eiwit aanzetten. In die eerste twaalf weken moeten de hennen hun streefgewicht halen en een voldoende vetvoorraad aanleggen. Vanaf week twaalf tot week zeventien is de voeding gericht op een matige groei om te voorkomen dat hennen te vroeg starten met eieren leggen. Belangrijk is volgens Van Eck dat ze wel zoveel eiwit en energie krijgen dat ze geen gewicht verliezen en organen, lever en darmpakket niet achteruit gaan. Nog meer aandacht voor de opfok is dan ook zeker gewenst. De vetvoorraad op zestien weken leeftijd geeft aan of de doelstelling is behaald. Het resultaat is bruikbaar voor het sturen van de volgende ronde en het sturen van de vetaanzet na opzet op het legbedrijf. Tijdens de eerste weken op het legbedrijf groeit die vetvoorraad verder. Thema Voeren Het onderzoek laat zien dat een aandeel buikvet op vijf weken resulteert in een vroeg legstart. Een gebalanceerd gewicht van het buikvet op zeventien tot twintig weken is cruciaal en zorgt voor een optimale legcurve. Teveel buikvet is negatief voor de leg, maar er moet zeker ook een minimum hoeveelheid buikvet zijn. In haar promotieonderzoek heeft Van Eck ook gekeken naar het effect van voer op de legcurve. Een kortere piekproductie hoeft niet negatief uit te pakken, zolang het legpercentage maar heel langzaam daalt daarna. Een lange piekproductie en een snelle daling kunnen betekenen dat het doel van zeshonderd eieren niet haalbaar is. Het gaat volgens Van Eck om het vinden van het juiste evenwicht en op tijd bijsturen op met name vetpercentage. ‘We zagen koppels die hiermee op 110 weken zeshonderd eieren hebben geproduceerd.’ Direct vetpercentage metenBij de opzet van de hennen op het legbedrijf adviseert ze om direct het vetpercentage te meten. ‘Vanaf de opzet moet het buikvetpercentage langzaam stijgen. Hebben de hennen al veel buikvet dan mag dat niet afnemen, dat gaat ten koste van de persistentie. Zorg dat het buikvet met een gerichte voeding licht stijgt, het mag in ieder geval niet dalen.’ Ook bij AgruniekRijnvallei ligt het doel voor de leghennen op een productie van zeshonderd eieren, blijkt op een kennisbijeenkomst in het Utrechtse Renswoude. ‘Dat lukt door een leghen voortdurend te voeren op basis van de behoefte op dat moment’, stelt nutritionist Jeffrey de Rooij. ‘Vanaf opzet sturen we op de gewenste gewichtsontwikkeling. We volgen deze, de eierproductie en het eigewicht en schakelen op basis van deze data naar de volgende voersoort.’ Belangrijk is volgens adviseur Jan van Os om direct vanaf de opzet de hennen te wegen. ‘Van 18 tot 25 weken zouden de hennen 400 gram moeten groeien. De eerste week tot tien dagen zal dat nog niet hard gaan, maar daarna wel, terwijl het richting de de 25 weken weer langzamer gaat doordat het leggen van de eieren is gestart.’ Lees ook: Lectoraat broedplaats voor vernieuwing pluimveesector Daarna blijven de hennen nog steeds groeien, maar langzaam. Van Os: ‘Afvallen moet zoveel mogelijk worden voorkomen en veel aandacht moet uitgaan naar de lichtste hennen. Die zijn het meest gevoelig voor verstoringen door bijvoorbeeld hitte of ziekte. Zorg dat die lichtere hennen goed drinken en eten door ook onderin het systeem water en voer aan te bieden.’ Van iedere aangevoerde grondstof meet AgruniekRijnvallei de samenstelling en gebruikt die bij het samenstellen van het voer. Ook de bewerking is per grondstof anders. Voor een hoge eiwitkwaliteit zit de eerste periode vismeel in het voer en daarna verwerkt dierlijk eiwit. Om leververvetting te voorkomen, bevat voer methyldonoren die de hen ondersteunen bij het afvoeren van vet vanuit de lever naar de eidooier. Alles bij elkaar zorgt dit ervoor dat de legprestaties voortdurend toenemen. Verkoopleider Henno van den Bruinhorst: ‘We hebben al koppels die tussen de negentig en honderd weken nog steeds boven de 90 procent leg zitten.’ Focus op darmgezondheidVoor een hoge productie zijn een goede gezondheid en met name ook darmgezondheid van belang, benadrukt dierenarts en sectormanager pluimvee Jeroen Leus van Royal GD. Normaal gaat maar zo’n 10 procent van het voer naar de afweer van de hen. Maar bij een ziekte kan dat ineens wel 45 procent of meer zijn. Dan is voor de eierproductie nog slechts 15 procent beschikbaar. Dus zorg voor goede vaccinaties, houd de wormdruk en andere darmziekten onder controle, raadt Leus aan. ‘Een goede darmgezondheid is van belang. Want een beschadigde darm betekent een slechte opname van voedingsstoffen in het bloed en het herstel kost dan veel voer.’ Bijsturen vetvoorraad hen lukt |
