Er komt schot in de fiscale reserve voor dierenwelzijn en milieu/emissiereductie. Daar hebben we lang aan getrokken op allerlei niveaus.
Het resultaat dat er nu ligt toont het belang van gerichte belangenbehartiging. Er is al vastgelegd dat voor deze fiscale reserve in 2030 €50 miljoen beschikbaar komt en de jaren erna structureel €25 miljoen. Een door SGP’er André Flach ingediende motie trekt deze regeling naar voren én begrenst hem in de tijd. De motie, die ook om meer budget vraagt, is met een ruime Kamermeerderheid aangenomen.
Fiscale reserve, investeringsruimte
Het doel is de fiscale reserve met terugwerkende kracht vanaf 2025 te laten ingaan. Dan kunnen pluimveehouders de financiële ruimte van dat topjaar al reserveren voor investeringen om te voldoen aan nieuwe milieu-eisen en die van de AMvB (wetgeving) en het convenant dierwaardige veehouderij. De regeling vervalt dan in 2035, de einddatum voor investeringen in emissiereductie. Wie reserveert maar uiteindelijk niet investeert in dierenwelzijn en milieu, moet dan alsnog belasting over het gereserveerde bedrag betalen.
We zijn als vakgroep op dit moment ook druk met de ammoniakemissie-eisen die begin 2027 door het kabinet zullen worden vastgelegd. In de melkveesector worden de maximale emissies gekoppeld aan de melkveefosfaatrechten. Voor pluimvee werd gedacht aan een koppeling aan de pluimveerechten. Zodra we daarvan hoorden, hebben we direct aangegeven dat dat een heel slecht idee is en de onmogelijkheid ervan ook uitgelegd. Er zit grofweg een verschil van factor vijf tot tien in de ammoniakemissie per pluimveerecht tussen lichte en zware dieren. Bij de leghennen zijn er grote verschillen tussen de diverse houderijsystemen. Vanuit de vakgroep brengen we op dit vlak deskundigheid in en zijn we betrokken bij diverse tafels om oplossingsgericht de belangen van onze leden te behartigen.
Geen dubbele opgave
Onze inzet is dat er in ieder geval op basis van dezelfde aannames, referentiejaren en doelstellingen over de diersoorten en stalsystemen wordt gediscussieerd. Want wanneer er een afwijkend peiljaar of een afwijkend doel wordt vastgesteld in een provincie, kan dat immense gevolgen hebben voor de benodigde investering door pluimveehouders om daaraan te voldoen. We hebben geen trek in een betonnen zwemvest waarmee iemand naar de bodem gaat. We werken eraan dat we geen dubbele opgave krijgen; de extra ammoniakemissie wegens het benodigde extra hokoppervlak mag geen deel uitmaken van de taakstelling. We zien wel begrip daarvoor in de ambtelijke en politieke wereld, maar blijven gestaag trekken om onze visie voor het voetlicht te houden.
De komende weken zijn er ledenavonden van de vakgroep pluimveehouderij van LTO/NOP. De hoofdmoot ervan is het bijpraten van de leden en het ophalen van hun input. Daarnaast zullen dit keer het bestuur en de traders van de UPP hun visie op en ervaringen met het ontwikkelen van sterke ketens met een duurzaam verdienmodel delen. Zij schetsen de (prijs)ontwikkelingen voor de komende periode. Voor de exacte avonden en locaties verwijs ik naar het kader hieronder.
Ledenbijeenkomsten vakgroep Pluimveehouderij
De ledenbijeenkomsten van de vakgroep Pluimveehouderij van LTO/NOP zijn gepland op:
Donderdag 29 oktober – Van der Valk in Assen
Dinsdag 3 november – De Essenburcht in Kootwijkerbroek
Donderdag 5 november – Nobis in Asten
De bijeenkomsten beginnen om 20.00 uur; inloop vanaf 19.30 uur.
Huishoudelijke Algemene Ledenvergadering NOP
Op 12 november a.s. vindt de huishoudelijke Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) plaats. De vergadering is bij LTO Noord in Wageningen van 15.30–16.00 uur. Het betreft uitsluitend een huishoudelijk deel met vaststelling van de financiële jaarrekening 2025.
Leden die eraan willen deelnemen, worden verzocht zich aan te melden via een e-mail naar secretariaat@nop.nl. De agenda en stukken voor de vergadering worden dan toegestuurd.
