In de Europese Unie is bijna de helft van de hennen afkomstig uit een gesekst ei. In de Verenigde Staten is dat zo rond de vijf procent, maar de interesse groeit daar ook. Ketenregisseurs zoeken een balans tussen dierenwelzijn en de realiteit van de bedrijfsvoering en de markt.
Europa is de toonaangevende markt voor in-ovo-geslachtsbepaling. Van de circa 335 miljoen leghennen die in de Europese Unie (EU) in productie zijn, is zo’n 45% afkomstig uit in-ovo-technologie. In april 2025 was dat nog 34%. De toename valt samen met de snelle uitbreiding van de capaciteit voor in-ovo-seksing in Europa tussen eind 2023 en medio 2025.
De afgelopen vier jaar groeide het aantal vrouwelijke kuikens dat met deze technologie wordt geproduceerd met 74% per jaar. Van juli 2025 tot en met juni 2026 leverden de systemen 92 miljoen vrouwelijke kuikens op. Daarmee is de geïnstalleerde capaciteit al voor meer dan 85 procent benut.
Verbod op doden haantjes
De volgende belangrijke groeimotor voor in-ovo-seksen is het verbod op het doden van haantjes in Italië per 2027. Daarmee voegt Italië zich bij Duitsland en Frankrijk, landen waar alternatieven voor het doden van haantjes al verplicht zijn. Nederland gaat verder met een door de pluimveesector zelf aangestuurde transitie. Samen vertegenwoordigen deze markten net iets meer dan de helft van de EU-bevolking.
De overgang zal in Italië geleidelijk verlopen, omdat nieuwe regelgeving alleen betrekking heeft op uitgekomen kuikens. Bij leghennen is de productiecyclus zo’n 18 maanden; dit leidt tot een gestage toename van de marktpenetratie in plaats van een plotselinge piek.
Buiten de EU zien we dat in Zwitserland inmiddels ruim 85% van de leghennenpopulatie via in-ovo-seksing tot stand komt; in Noorwegen is de grens van 50% gepasseerd. De Noren werken naar een volledige uitfasering van het doden van haantjes vanaf 2027.
Opmars start nu ook buiten Europa
Buiten Europa begint in-ovo schoorvoetend aan een opmars. In Brazilië startte biologische eierproducent Raiar Orgânicos er vorig jaar mee en anderen kijken nu naar de kansen daarvoor. In Australië installeerde de belangrijkste broederij, Specialised Breeders Australia, een Cheggy-machine die bij 70% van de kuikens in het land het geslacht kan bepalen. Een grote eierproducent, Lean Farms, werkt er nu mee.
In de VS beginnen gespecialiseerde producenten de techniek toe te passen; retailers tonen interesse en brancheorganisaties beschouwen het steeds vaker als een praktische kwestie in plaats van als een innovatie voor de verre toekomst. Het is echter nog onduidelijk of en hoe snel de technologie evolueert naar een algemene industriestandaard.
Er zijn in de Verenigde Staten zes commerciële installaties voor in-ovo-geslachtsbepaling operationeel. Volgens het meest recente rapport van Innovate Animal Ag over deze technologie hebben eierproducenten die goed zijn voor ruim 4% van de Amerikaanse leghennenstapel toegezegd er bij de vervanging van koppels op over te stappen.
Kosten blijven een centraal punt in de Amerikaanse discussie. Die bedragen ongeveer één cent per ei, maar hangen uiteindelijk af van de bezettingsgraad, technologie, arbeidskosten en de verdeling van de kosten over de waardeketen. Bij die kosten van een cent per ei is nog niet gerekend met de schaalvoordelen die ontstaan als de machines op grotere schaal in de markt zouden worden ingezet.
Niche-producenten als aanjager
Eieren van hennen die zijn uitgebroed met behulp van in-ovo-seksingtechnologie bereiken Amerikaanse consumenten al via het label ‘Humanely Hatched’ van NestFresh en via Kipster. De vroege adoptie door deze nicheproducenten heeft bijgedragen aan de doorbraak van de technologie naar de mainstream. Daardoor zijn grotere spelers in de pluimveesector de potentiële impact op hun productieprocessen en merkpositionering gaan beoordelen. Bij publicatie van het rapport hadden ook andere bedrijven in het segment voor speciale eieren, waaronder Sauder’s Eggs en Vital Farms, plannen aangekondigd om hun koppels over te zetten op in-ovo-geslachtsbepaling.
NestFresh breidt zijn activiteiten nu uit tot zijn andere ei-lijnen, ook die voor klanten van huismerken. Volgens Michael Sencer, senior vicepresident van NestFresh, zorgt de focus van het bedrijf op bruine eieren voor een natuurlijke aansluiting op de Cheggy van AAT. “Cheggy werkt alleen bij bruine kippen en is bovendien het enige systeem dat op hogere snelheden werkt, wat helpt om de kosten laag te houden. We hebben onze prijzen voor dit proces niet verhoogd.”
Aanjager van in-ovo
Larry Sadler, vicepresident dierenwelzijn bij United Egg Producers, stelt dat de technologie inmiddels zo ver gevorderd is dat er meerdere bedrijven op de markt actief zijn. Casey Downey, programmadirecteur bij Innovate Animal Ag, noemt de systemen van AAT, Orbem en Seleggt “commercieel succesvol en commercieel verkrijgbaar op de markt.” Omega en Nectra voegen zich bij dit drietal.
Volgens Jennifer Volz, hoofd bedrijfsontwikkeling bij Orbem, zou de overgang in de VS sneller kunnen verlopen dan velen verwachten. Er hoeven volgens haar slechts 10 tot 15 broederijen over in-ovo-seksingapparatuur te beschikken om de volledige Amerikaanse markt voor consumptie-eieren om te schakelen. Ze noemt de combinatie van voordelen bij dierenwelzijn en bedrijfsvoering in de broederijen als aanjager van de versnelling.
Juliana Machado van Hendrix Genetics benadrukt echter dat de installatie van apparatuur niet louter een kwestie is van het aanschaffen van een machine. De verwerkingscapaciteit kan voor grote broederijen voldoende zijn, maar de implementatie vereist aanpassingen aan de inrichting van de broederij en de training van het personeel.
Amerikaanse consument wil wel
Onderzoek van de grootste dierenbeschermingsorganisatie ASPCA in het eerste kwartaal van 2026 toont aan dat zeven op de tien consumenten bereid zijn om over te stappen op een eiermerk waarbij geen haantjes worden gedood. Acht op de tien willen dat Amerikaanse supermarkten dergelijke eieren aanbieden. Maar het blijft de vraag in hoeverre consumenten bereid zijn om te betalen voor claims rond dierenwelzijn. Daarom zijn certificering en etikettering van belang. Volz ziet dat labels voorlopers kunnen helpen hun producten te onderscheiden, al kan geslachtsbepaling in het ei uiteindelijk de norm worden in plaats van een claim voor een premiumproduct.
Aangezien schapruimte schaars is en de eierdozen al vol staan met labels en certificeringen, zullen retailers bewijs willen zien dat consumenten begrijpen wat geslachtsbepaling in het ei betekent en dat dit hun aankoopbeslissing beïnvloedt. Duidelijke communicatie op de winkelvloer en verificatie door een onafhankelijke derde partij zijn nodig om vertrouwen op te bouwen.
