Na ruim een kwart eeuw actief te zijn geweest in de pluimveesector, heeft Ben Dellaert (61) gekozen voor een nieuwe baan. Op 1 september 2026 is hij gestart als CEO van de GD Group. Dellaert blikt terug op zijn tijd als directeur/secretaris van het Productschap Pluimvee(vlees) en Eieren en zijn rol als secretaris bij Avined.
Als directeur van Kiwa CMR en secretaris van Avined was Ben Dellaert volkomen ‘happy’ en voelde hij nooit de drang om op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. Toen hij eind vorig jaar werd benaderd om Ynte Schukken op te volgen als CEO van de GD Group, begon het toch te kriebelen. “Deze baan is voor mij bijna te mooi om waar te zijn, omdat alle aspecten van mijn loopbaan van ruim 35 jaar in deze functie tezamen komen. Ik vond het te boeiend om het niet te doen.”
Verbinder Ben Dellaert (61) zwaaide onlangs af als secretaris van Avined. Op 1 september is hij gestart als CEO van de GD Group, die bestaat uit negen internationale bedrijven. Die zijn goed voor bijna 600 arbeidsplaatsen. Bij Royal GD werken ruim 400 mensen. Dellaert werkte sinds 1999 in de pluimveesector. Hij was jarenlang secretaris/directeur van het Productschap Pluimvee en Eieren en het Productschap Vee en Vlees. In 2013 werd hij directeur bij CoMore, wat in 2016 Kiwa CMR werd. Sinds 2014 was hij secretaris bij Avined. Dellaert genoot zijn opleiding bij Wageningen University & Research.
Hoe kijkt u terug op uw tijd in de pluimveesector?
“De deelsectoren zijn innovatief, marktgericht én oplossingsgericht. Ze zijn altijd gewend geweest om zelf het hoofd boven water te houden. De pluimveesector paste bij mij. Gezamenlijk denken in oplossingen en resultaten behalen in een plezierige sfeer, dat maakte het voor mij zo leuk.”
U kwam al snel voor grote uitdagingen te staan.
“Een paar maanden na mijn aanstelling als sectordirecteur van het Productschap Pluimvee(vlees) en Eieren (PPE, red) kwam het dioxineschandaal in België aan het licht. Ook pluimveevoer bleek gecontamineerd. De tracering van producten zoals kip en ei bleek een uitdaging. Dat gaf stof tot nadenken over traceerbaarheid en certificering.”
Een paar jaar later volgde een nieuwe crisis.
“Je doelt op de vogelgriepuitbraken in 2003. Dat was een bizarre tijd. We hadden geen ervaring met HPAI. Grootschalige ruimingscapaciteit was niet voorhanden. Het is een dure les geweest, waarvan we veel hebben geleerd. Door met zijn allen de schouders eronder te zetten en veerkracht te tonen, hebben we de sector weer opgebouwd. We zijn nu goed voorbereid. De protocollen liggen panklaar en werken uitstekend, in goede samenwerking met LVVN en NVWA.”
Hoe heeft u de sector zien ontwikkelen?
“Op het gebied van dierenwelzijn zijn enorme stappen gezet. In 1999 werd het verbod op legbatterijen aangekondigd. Albert Heijn stapte een paar jaar later af van kooi-eieren. Legbatterijen maakten in 2012 definitief plaats voor volièrestallen. Toen was dat in Nederland al lang geen issue meer. De vleeskuikensector heeft op dit vlak ook een ontwikkeling doorgemaakt, met de komst van andere houderijvormen voor de Nederlandse markt. Met het oog op de mestproblematiek was de opening van de verbrandingsinstallatie in Moerdijk een belangrijke stap.”
Op welke wapenfeiten van PPE en Avined bent u het meest trots?
“Het Convenant Antibioticaresistentie Dierhouderij heeft geleid tot ruim 80% antibioticareductie bij vleeskuikens. We hebben ingezet op bewustwording bij pluimveehouders en dierenartsen. De sector heeft zelf de handschoen opgepakt, zonder overheidsbemoeienis. Ook binnen de salmonella-aanpak hebben we mooie resultaten geboekt. De Nederlandse aanpak heeft goed gewerkt en vormde de basis voor EU-regelgeving. Het is een illusie om te denken dat salmonella helemaal uit te bannen valt. Het is en blijft zaak om het belang van hygiëne te benadrukken.”
Voor welke uitdagingen staat de sector?
“Als sector ben je afhankelijk van de politieke besluitvorming. Dat is en blijft uitdagend, zeker met zoveel mensen en dieren in ons kleine land. Klagen heeft geen zin. We moeten niet bij de pakken neerzitten. Ik geloof in innovatieve technieken om emissies te reduceren. Het is zaak dat bedrijven zelf kunnen werken aan oplossingen. Ik geloof niet in generieke kortingen.”
Maakt u zich zorgen over de omvang van de sector?
“We moeten de kritische massa bewaken om innovatief te kunnen blijven. We zijn goed in het produceren van pluimveevlees en eieren. De export richt zich met name op de driehoek Londen, Parijs en Berlijn. De maatregelen op het gebied van dierenwelzijn en milieu bijten elkaar. We mogen de afzetmarkt niet uit het oog verliezen. We moeten niet te ver doorslaan en onze concurrentiepositie waarborgen, ook ten dienste van een goede vierkantsverwaarding.”
Welke bedreiging ziet u?
“Binnen het Convenant Dierwaardige Veehouderij wordt de bezettingsgraad richting 2040 afgebouwd. Het aantal dieren per vierkante meter is daarbij leidend, omdat het controleerbaar is. Ik begrijp dat dit instrument wordt ingezet. Tegelijk zegt het niks over het dierenwelzijn. Ik zou graag zien dat er op een objectieve manier wordt gekeken of dieren het goed hebben, zich senang voelen en natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Dat is mijn droom. Hopelijk dragen AI- en cameratechnieken eraan bij dat die droom uitkomt. De huidige technieken bieden kansen.”
Hoe beoordeelt u het ondernemersklimaat?
“Als uitdagend. Maar er liggen zeker ook kansen. Pluimveevlees en eieren hebben een positief imago en zijn populair. De vooruitzichten over de afzet zijn positief. Pluimveevlees is mager, betaalbaar en kent geen religieuze beperkingen. Eieren liggen ook goed in de markt. Er is een grote behoefte aan eiwitrijke producten.”
Wat verwacht u van vaccinatie tegen vogelgriep?
“Ik maak me er hard voor om handelsbeperkingen weg te nemen, ook in mijn nieuwe functie. Dat heeft tijd nodig, maar uiteindelijk komen we er. Daar ben ik van overtuigd. Het helpt ons dat de EU-regelgeving voor het surveillanceprogramma bij vaccinatie is versoepeld. We moeten een goed model optuigen om vaccinatie haalbaar en betaalbaar te maken. Vaccinatie is geen wondermiddel, maar moet een goede toevoeging worden op de bestaande regels van bedrijfshygiëne om de risico’s te beperken.”
U bent een pleitbezorger voor meer bevoegdheden van Avined. Kunt u uitleggen waarom?
“Bij Avined voelde ik me soms een ridder zonder zwaard. De organisatie mist het instrument om op het gebied van bijvoorbeeld diergezondheid en voedselveiligheid snel zaken collectief gedaan te krijgen. We gebruiken nu kwaliteitsprogramma’s als IKB om effectief te kunnen aansturen. De zogenoemde free riders bereik je daar niet mee. De rek is eruit als het lonend wordt om uit IKB te stappen. Ik wil niet naar een Productschap 2.0, maar juist de bevoegdheden van Avined volgens de EU-regels verruimen. De kaders bieden ruimte daartoe. Het zou de sector vooruithelpen.”
Bij Avined voelde ik me soms een ridder zonder zwaard
Met welke opdracht gaat u bij de GD Group aan de slag?
“De GD Group bestaat uit negen internationale bedrijven, actief op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Het is zaak om de onderlinge samenwerking te versterken en te integreren. Daar speel ik een verbindende rol in. Naast het voortzetten van de bedrijfscultuur is het ook zaak om groei van de holding te realiseren. Dat doen we onder meer door actief acquisitie te plegen. De groeikansen liggen in de landen waar de veehouderij niet onder druk staat, zoals in Polen en Spanje. Ook in een land als Ierland liggen kansen, met name doordat de overheid er de ruimte biedt om private oplossingen te benutten. Ik ga een strategie uitzetten voor de komende vier jaar, waarbij we ook focus moeten behouden op onze kerntaken.”
Wat wilt u Erik de Jonge, uw opvolger bij Avined, meegeven?
“Het is zaak om de gelederen gesloten te houden. Laat je als deelsectoren en belangbehartigers niet tegen elkaar uitspelen. Daarnaast denk ik dat we misschien te bescheiden zijn geweest. We hebben enorme prestaties geleverd en veel bereikt, vaak tegen de stroom in. We hebben als Nederlandse pluimveesector een geweldige infrastructuur en mogen trots zijn op wat we hier doen. We staan er superpositief op in het buitenland. Het mag wel wat stoerder. Be good and tell it.”
