Boerderij: Pluimveesector extra alert na NCD-uitbraken Duitsland: zorgen over vaccins

23-04-2026

NCD-uitbraken in Polen en Duitsland zetten de Nederlandse pluimveesector op scherp. Veterinair specialisten spreken van een zorgwekkende situatie. Van paniek is geen sprake, maar waakzaamheid is geboden. Diverse maatregelen liggen op tafel, zoals extra vaccineren bij vleeskuikens. Er zijn echter grote zorgen over het aantal beschikbare vaccins.

 

 

Lees in dit artikel

 
  • Geen paniek, wel maatregelen op tafel
  • Alarmerend tekort aan vaccins
  • Gumboro ondermijnt succes NCD-vaccinatie

Het is alarmfase 1 in de Duitse pluimveesector. Sinds 20 februari hebben zich in de deelstaten Brandenburg en Beieren tientallen uitbraken van Newcastle Disease (NCD) voorgedaan. Op 24 maart stond de teller op 40 besmettingen. Begin april wordt gerept over meer dan 50 uitbraken. Het Friedrich-Loeffler-Institut (FLI) raamt het aantal getroffen stuks pluimvee op meer dan 2 miljoen. Deze dieren zijn gestorven aan NCD of werden uit voorzorg geruimd.

Het zeer besmettelijke NCD – ook wel pseudovogelpest genoemd – waart rond op zo’n 500 kilometer afstand van de Nederlandse grens. De Nederlandse pluimveesector staat op scherp. Pluimveehouders en veterinair specialisten spreken afzonderlijk van elkaar van een zorgwekkende situatie.

Legpluimveehouder Bertus Verbeek maakte zich tot voor kort nog geen zorgen over NCD. De eerlijkheid gebiedt hem te zeggen dat hij intussen toch wat anders tegen de dingen aankijkt. NCD heeft in Duitsland in korte tijd veel bedrijven geraakt: “Dat is een buitengewoon ernstig iets. Als je dat ziet, dan verandert je nonchalante houding wel, kan ik je vertellen.”

 

‘Niets doen tegen NCD is geen optie’

 

Volgens Sjaak de Wit, hoogleraar Integrale Pluimveegezondheidszorg aan de Universiteit Utrecht en pluimveedierenarts en senior onderzoeker bij Royal GD, is er in Nederland nog geen reden tot paniek. “De situatie is zorgelijk. We zien ieder jaar wel een paar uitbraken in Europa. NCD is net als HPAI een 100% dodelijke ziekte bij ongevaccineerde kippen en andere hoenderachtigen. We hebben al voldoende gedoe met vogelgriep, dus we kunnen dit er nu niet bij hebben. Een vrachtwagen met besmette kippen, mest of eiertrays kan al voldoende zijn om de ziekte vanuit Duitsland hiernaartoe te halen. Niets doen is dan ook geen optie.”

Volgens De Wit ligt er een aantal maatregelen op tafel om te voorkomen dat ook de Nederlandse pluimveesector wordt geraakt door NCD. Het aanpassen en opschalen van vaccinatieschema’s is volgens hem een van de knoppen waaraan gedraaid kan worden. “Vleeskuikens krijgen nu een basisvaccinatie tegen NCD. Die is niet toereikend tegen de hoge velddruk. Maar het is een basis om met de tweede enting te kunnen beginnen. We bespreken de mogelijkheden om vleeskuikens tijdelijk twee keer of met twee soorten vaccins te vaccineren.”

 

‘Beschikbaarheid vaccins alarmerend slecht’

 

Met het onderzoeken van de mogelijkheden om vaccinatieschema’s tijdelijk aan te passen en op te schalen, doemt meteen een probleem op. De beschikbaarheid van NCD-vaccins laat op dit moment stevig te wensen over. Sjaak de Wit maakt zich daar ernstig zorgen over, zo laat hij weten. “NCD-vaccins worden massaal opgekocht door Polen en Duitsland en ook andere landen willen extra vaccins. De beschikbaarheid van vaccins is alarmerend slecht. Dat is zorg één”, aldus De Wit.

De lezing van de hoogleraar en onderzoeker wordt onderschreven door Rogier van Leeuwen, dierenarts en business unit manager bij het veterinair farmaceutische bedrijf Ceva Santé Animale. “In Duitsland is de vraag naar levende NCD-vaccins en ook die van het vectorvaccin Vectormune-ND de afgelopen tijd omhooggeschoten. Dat heeft geresulteerd in een tekort aan levende NCD-vaccins in Nederland. Het tekort is van tijdelijke aard. De productie van levende NCD-vaccins werd eerder al opgeschaald vanwege de uitbraken in Polen. Er is voldoende vectorvaccin op voorraad om snel op te schalen”, aldus Van Leeuwen. Hij verwacht dat er over een paar maanden wel weer voldoende NCD-vaccins beschikbaar zijn. Tot die tijd (en ook daarna) is het hopen dat NCD aan Nederland voorbijgaat.

Erik de Jonge, namens brancheorganisatie Avined verantwoordelijk voor pluimveegezondheid, maakt zich net als De Wit zorgen over de beschikbaarheid van NCD-vaccins. “Een tekort aan vaccins is niet iets wat we willen. We inventariseren wat er beschikbaar is en overleggen met het ministerie over de situatie.”

Volgens De Jonge worden de ontwikkelingen op het gebied van NCD-uitbraken in Duitsland nauwlettend gevolgd. “Het speelt nu voornamelijk in Duitsland. We moeten voorkomen dat NCD ook in Nederland komt. We zitten bovenop bioveiligheid en communiceren breed over voorschriften. We staan in overleg met alle betrokken partijen. We ondernemen actie als het nodig is”, zo zegt hij.

 

NCD mogelijk onderschat in Duitsland

 
 

De NCD-uitbraken in Duitsland en Tsjechië vinden hun oorsprong in Polen, waar de ziekte sinds 2024 rondgaat. Het begon in Polen bij de oostgrens met Wit-Rusland. Sjaak de Wit zag het aantal uitbraken sindsdien steeds verder westwaarts trekken. “NCD is een zware tegenstander. Dat blijkt ook wel. Anders was het zo’n vaart niet gelopen. Duitsland is zwaarder gaan vaccineren. Misschien heeft men het daar toch onderschat”, aldus De Wit.

Van Leeuwen is het daarmee eens. “Ze hadden in Duitsland wel wat beter op vaccinatie in kunnen zetten”, zo geeft hij aan. Hij verwacht niet dat NCD zich in Nederland ook zo snel zou kunnen verspreiden. “Zo’n vaart zal het bij ons niet lopen. In Nederland zijn we beter voorbereid op NCD en het voorkomen van ziekteverspreiding. Wij controleren in Nederland elk koppel of dit werkelijk gevaccineerd is.” Volgens Van Leeuwen is het begin april in Nederland en België dan ook nog niet nodig om vaccinatieschema’s aan te passen en op te schalen.

In het buitenland wordt volgens Van Leeuwen gesuggereerd dat de huidige NCD-vaccins niet zouden werken tegen de aangetroffen NCD-virussen in het veld. Stellig verwijst hij dergelijke verhalen naar het rijk der fabelen. “We hebben het hier over Newcastle Disease, genotype 7. Dat is de genetische classificatie. Alle gevonden NCD-virussen in het veld zijn daarnaast ook serotype 1. Alle NCD-vaccins in Nederland werken daartegen. Het is echt onzin dat de huidige vaccins niet zouden werken.”

De laatste grote uitbraak van NCD in ons land dateert van 1992-1993. Er waren toen 61 gevallen. Pluimveedierenarts Rob Vriens, werkzaam bij adVee Dierenartsen, kan zich deze periode nog goed herinneren. “NCD is een vieze. Het begon sluimerend. Vrij snel werd duidelijk dat het om NCD ging. We hadden destijds een ander beschermingsniveau dan nu. De ziekte heeft toen veel kippen gekost.”

Nu NCD over de grens om zich heen slaat, is het voor de Nederlandse pluimveesector zaak om goed voorbereid te zijn, zo stelt Vriens. “We moeten ons bewust zijn van NCD, goed blijven monitoren en alert zijn. Daarbij is het zaak de rust te bewaren en ons niet gek te laten maken.”

Pleidooi: vaccinatie bij vleeskuikens opschalen

 

Vriens merkt dat Duitse pluimveedierenartsen zich ernstig zorgen maken over de situatie. “Koppels waarvan gedacht werd dat ze goed beschermd waren, leggen massaal het loodje.” Volgens Vriens is de basisbescherming tegen NCD in ons land op peil, zeker bij leggende dieren. Bij vleeskuikens is dat een ander verhaal. “Bij vleeskuikens gaat het niet goed komen. Een keer vaccineren moet twee of drie keer worden, ent-reacties ten spijt. Alles is beter dan NCD. Dan heb je pas echt een groot probleem. Het is in ons gezamenlijk belang dat de bescherming op een hoger niveau komt.”

Betrokken partijen voeren overleg over de te hanteren vaccinatieschema’s. Volgens De Wit is er de afgelopen weken veel overleg geweest tussen betrokken partijen over de wijze waarop moet worden omgegaan met NCD. “Achteraf weet je wat je had moeten doen. We kijken naar het landsbelang, het sectorbelang en het individuele belang. Vleeskuikenhouders vaccineren nu een keer tegen NCD. Nog los van de beschikbaarheid van NCD-vaccins is het een illusie te denken dat alle pluimveehouders op basis van vrijwilligheid kiezen voor een tweede vaccinatie.”

Gumboro ondermijnt succes NCD-vaccinatie

 

De aanwezigheid van de Gumboro-veldstam bij koppels leghennen, vleeskuikens en ouderdieren heeft een negatief effect op het succes van NCD-vaccinatie. Dat blijkt uit recent onderzoek van Royal GD. De Gumboro-veldstam komt relatief veel voor bij pluimvee. In iets minder dan 50% van de koppels (leg, vleeskuikens, ouderdieren) worden veldstammen aangetroffen. Zonder zichtbare ziekteverschijnselen kan subklinische Gumboro het immuunsysteem onderdrukken.

De aanwezigheid van Gumboro-veldstammen ondermijnt niet alleen het succes van NCD-vaccinaties. Koppels zijn vatbaarder voor secundaire infecties (zoals coli en ORT) en presteren vaak suboptimaal.

Goed reinigen en ontsmetten is de basis om Gumboro eronder te krijgen. In combinatie met goed vaccineren lukt het om Gumboro-veldstammen te verdrijven en bedrijven vrij te krijgen. Dat zegt Rogier van Leeuwen, dierenarts en business unit manager bij het veterinair farmaceutische bedrijf Ceva Santé Animale. “Uit onderzoek is gebleken dat na grondig reinigen en ontsmetten én vaccineren met Nextmune bij 98% van de koppels geen Gumboro-veldstam meer werd aangetroffen. Het vaccin werkt ook tegen de huidige veldstam.”

Het in-ovo vaccin Nextmune is sinds twee jaar beschikbaar en wordt in de broederij toegediend. Nextmune is een immuuncomplex-vaccin. Het levende vaccinvirus is voorzien van een coating. “Het levende vaccin komt daardoor op het juiste moment vrij en wordt niet gedood door de maternale antilichamen die via de eidooier worden meegegeven aan het kuiken”, aldus Van Leeuwen.

Voor een optimale werking van het vaccin wijst hij op het belang van een goede reiniging en ontsmetting. “Dat is de basis. Zorg dat je een degelijk reinigings- en desinfectieplan hebt. De VIR-check van GD is een ideale tool om te beoordelen of het reinigen en desinfecteren goed is gebeurd.”

Doortiteren voor meer inzage in bescherming

 

Vriens zou graag willen weten hoe de Nederlandse pluimveesector er precies voor staat als het gaat om bescherming tegen NCD. Monitoring gebeurt aan de hand van bloedmonsters. Ten minste 83% van de dertig monsters moet een HAR-titer (antilichamen) hebben van 3 of hoger. Bij leghennen voldoet een heel hoog percentage aan deze titereis, zo laat De Wit namens Royal GD weten. “Maar we stoppen nu met meten bij een titerniveau van 7. We kijken niet verder en weten niet of een HAR-titer van 7 in werkelijkheid misschien een 10 of een 13 is.”

Volgens Vriens vraagt de NCD-variant in Polen en Duitsland minimaal om een HAR-titer van 11. Op dit moment is niet duidelijk of dat niveau in Nederland bij leghennen wordt gehaald. Dat heeft onder meer met kosten te maken. Aan het precies onderzoeken van de werkelijke titerwaarde (doortiteren: doorgaan met titeren) hangt een behoorlijk prijskaartje, zegt De Wit.

“Wanneer je dat handmatig moet gaan doen, kost dat enkele euro’s per monster meer. De aanpassing van de robot die de test nu uitvoert, kost eenmalig enkele tienduizenden euro’s.” Daarna zijn de meerkosten per monster veel lager dan wanneer je de test met de hand uitvoert.


We moeten ons bewust zijn van NCD, goed blijven monitoren en alert zijn


Royal GD heeft Avined voorgesteld om tijdelijk doortiteren mogelijk te maken. De kosten hiervoor zouden mogelijk gedekt kunnen worden met ad hoc onderzoeksgeld of vanuit het Diergezondheidsfonds. “We moeten inspelen op de actualiteit”, aldus De Wit. Volgens hem is het niet zo gek dat doortiteren de afgelopen jaren niet gebeurde. “Die keuze is te rechtvaardigen. NCD-uitbraken onder Nederlands pluimvee dateren van tientallen jaren geleden.”

Volgens De Wit is het zaak dat pluimveehouders en erfbetreders hun scherpte op het gebied van biosecurity niet verliezen. “We moeten heel alert zijn, met name op direct en indirect contact. NCD kan uit wilde vogels komen, maar de kans op besmettingen via pluimvee of aanverwante producten is groter”, aldus De Wit.

De NCD-uitbraken over de grens zijn dus nog geen reden tot paniek, maar waakzaamheid is en blijft geboden. Vriens: “Hopelijk kunnen we over een halfjaar vaststellen dat we ons niet gek hebben laten maken en dat NCD aan ons voorbij is gegaan.”

 
 
 

Inloggen op de ledenportal