Op de florerende eiermarkt reiken de voerwinsten tot recordhoogtes. Tegelijk nemen ook de saldoverschillen toe. Hoewel de eierprijs na Pasen langzaam afbrokkelt, zijn nog altijd goede afspraken te maken. Dit zijn de trends en ontwikkelingen op de eiermarkt.
De voerwinsten zijn verviervoudigd en lopen nu op van € 25 tot € 30 per hen
Terwijl de hoge eierprijs na Pasen langzaam maar zeker wat afbrokkelt en naar beneden wordt bijgesteld, zijn nog altijd goede afspraken te maken voor de lange termijn. Vanuit de volatiele eiermarkt klinken verschillende geluiden door. In april kunnen leghennenhouders hun eierprijs voor langere tijd vastzetten op een hoog niveau, variërend van 13 tot 15 cent, zo laten insiders weten. Afgezien van de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt kunnen pluimveehouders zich daar geen buil aan vallen, zo klinkt het. Concurrerende inkooppartijen vechten begin dit jaar om de eieren, met stijgende prijzen tot gevolg. Boven op de NOP-richtprijs worden voor OKT-eieren toeslagen van meer dan € 1,40 per 100 eieren betaald. “Verkopen is makkelijk. Inkopers bieden tegen elkaar op”, zo zegt Dirk Briels, Sectormanager Pluimveehouderij bij Voergroep Zuid.
Vaker bodemprijs afgesproken
Een groeiend aantal leghennenhouders op de vrije markt kiest ervoor om een bodemprijs af te spreken, om risico’s af te dekken. In sommige gevallen wordt een bodemprijs van 10 tot 12 cent afgesproken. Inkopers stellen daar maximumprijzen van 17 tot 19 cent tegenover. In sommige gevallen wordt afgesproken om alles wat boven de top uitstijgt te middelen. In het zuiden van Nederland begeven veel leghennenhouders zich op de vrije markt. Zij worden uitbetaald op basis van verschillende prijsnoteringen, zoals NOP, Kruishoutem of Weser-Ems. De verschillen zijn niet heel groot, ziet Briels. “De prijzen zijn al ronde op ronde goed.”Ook leghennenhouder en bestuurder Eric Hubers zit al jaren op de vrije markt. “Daar blijf ik aan vasthouden.” De ondernemer ziet ook dat er na Pasen goede prijsafspraken voor de lange termijn zijn te maken. “Bij ieder bedrijf past een andere manier van indekken. Het is maar net hoe je gefinancierd zit en welke risico’s je kan en wil dragen”, aldus Hubers.
Door grens van € 25 per hen
Opgegroeid op een pluimveebedrijf weet Briels als geen ander hoe bijzonder de laatste jaren zijn in de sector. De recordprijzen van dit voorjaar zijn zelfs ongekend. “Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Het is enorm uitzonderlijk.” Nog niet zo lang geleden was een voerwinst van € 6 per kip heel normaal. “De voerwinsten zijn verviervoudigd en lopen nu op van € 25 tot € 30 per hen. De kosten zijn ook serieus gestegen, maar zeker niet in die mate.”“Het is absoluut ongekend en uitzonderlijk wat er gebeurt”, zegt Mariël Benus, marktonderzoeker bij Wageningen University & Research. De vraag naar eieren is groot, terwijl het aanbod als gevolg van vogelgriep duidelijk achterblijft. Benus ziet grote verschillen in de saldo’s van leghennenbedrijven. Dat heeft volgens haar te maken met verschillende factoren. “Ben je actief op de vrije markt of werk je op basis van een vaste prijsafspraak? Dat maakt verschil. Goede onderhandelaars halen daarbij nog meer uit de markt.”
Hoe meer risico je bij een ander legt, hoe minder je krijgt uitbetaald
Mart Bloemendal, senior bedrijfsadviseur bij aaff, onderschrijft de woorden van Benus. “De verschillen zijn enorm. Het is ook maar net welke keuzes je maakt. Hoe meer risico je bij een ander legt, hoe minder je krijgt uitbetaald. Een scherpe onderhandelaar komt bovendien tot een hogere toeslag. Een verschil van 0,5 tot 1 cent per ei werkt gigantisch door.”Bloemendal ziet de voerwinsten in 2025 ver boven het niveau van 2024 uitkomen. “Ons gemiddelde bedrijf met 85.000 hennen realiseerde in 2024 een voerwinst van € 14 tot € 15 per hen. Vorig jaar waren de voerwinsten € 11 tot € 12 hoger en gingen we door de grens van € 25 per hen.” Hij ziet dat leghennenhouders hun eieren de laatste jaren met groot gemak weten te verkopen. “Ik had nooit gedacht dat er zo’n stijgende lijn in de saldo’s zou zitten.”Bloemendal wil legpluimveehouders meegeven om in tijden van absolute hoogconjunctuur vooral niet achterover te leunen. “Iedereen kan nu goed aan het produceren van eieren verdienen, ook als je technisch niet goed draait. Maar technisch goed presteren is essentieel. Hoe hoger de prijs, hoe harder het vliegwiel begint te draaien. In moeilijkere tijden is het belang van technisch goed draaien misschien wel groter. Maar in goede tijden kun je daarmee pas echt een groot verschil maken.”
‘Kantelpunt dichterbij dan men denkt’
Briels gelooft niet dat de eierprijzen op het huidige niveau te handhaven zijn. “Het kantelpunt is dichterbij dan men denkt”, zo zegt hij. Briels baseert zich op wat hij ziet en hoort in de markt. Briels refereert daarbij aan de capaciteitsuitbreiding in Oost-Europa. Dierziekten blijven daarbij een onzekere factor, zo zegt hij. “Vogelgriep en NCD hebben de markt flink verstoord. In Polen zijn als gevolg van vogelgriep en NCD veel hennen geruimd. Die moeten worden vervangen. “Er is veel vraag naar jonge hennen. Er is een tekort aan opfokplaatsen (zie kader, red).” Hoewel er in Polen recent nog uitbraken zijn gemeld, is vogelgriep dit voorjaar duidelijk op zijn retour.
Ook Hubers verwacht dat de eierprijzen op een gegeven moment verder onderuitgaan. “Dat is de algehele verwachting.” Hoge prijzen lokken productie uit, weet ook Hubers. “De komende jaren wordt er uitgebreid in landen waar dat nog mogelijk is. In Nederland, België en ook Duitsland is sprake van krimp. Maar in Polen, Roemenië, Hongarije én Oekraïne wordt de productie opgevoerd.”
De prijspiek van dit voorjaar is er na Pasen wel af, zegt Hubers. Toch wordt er nog altijd goed verdiend. “Van OKT-, BLk- en KAT-gecertificeerde eieren is zeker geen overschot. De basis wordt aangevuld met goedkopere eieren uit het buitenland. Dat betekent dat de basis onderuitgaat.”
Afwachten waar balans wordt gevonden
Ook Bloemendal kan zich niet voorstellen dat de prijzen op het niveau van dit voorjaar blijven. “De consumptie van eieren is goed en neemt toe. Maar wat gebeurt er als Europese eierproducenten weer op stoom raken en ziektes uitblijven?” Het is afwachten waar de balans in de markt wordt gevonden. Bloemendal vindt het lastig om aan te geven hoe ondernemers zich voor moeten bereiden op een mogelijk prijsdal. “Tijden zijn veranderd. Het is de vraag of de aangeraden buffer van vroeger aansluit op de toekomst. Voorheen werd een bovengemiddelde eierprijs beschouwd als een lening vanuit de markt. Op dit moment is dat niet aan de orde en ziet het er toch anders uit.”
De verdiensten zijn de afgelopen jaren heel goed. Iedere ondernemer gaat daar anders mee om, ziet Bloemendal. “De een kiest voor een zo kort mogelijke leegstand om zijn bedrijf optimaal te laten renderen. De ander kiest er juist voor om er twee weken langer tussenuit te gaan. Voor beide valt wat te zeggen. Maar als je het puur bedrijfseconomisch bekijkt dan moet je nu de vruchten plukken en volle bak doordraaien.”
Fiscale uitdagingen
De goede verdiensten brengen ook fiscale uitdagingen met zich mee. Afschrijvingspotentieel valt weg. Groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zijn al naar voren gehaald. Veel legpluimveehouders hebben de afgelopen jaren gekozen voor vervroegd aflossen. Het gros van de bij aaff aangesloten legpluimveehouders is vanwege fiscale voordelen overgestapt op een bv als rechtsvorm. “Enkele ondernemers zijn hier nog mee bezig”, zegt Bloemendal.
Ondernemers onderzoeken de mogelijkheden om slimme investeringen te doen en hun bedrijven te optimaliseren. “Veel pluimveehouders hebben in energieopslag geïnvesteerd. Het is maar de vraag wat het precieze rendement is. Dat valt nog niet altijd mee. Een accu gaat je niet meteen rijk maken”, aldus Bloemendal.
Investeringen
Waar investeringen vroeger vaak gepaard gingen met een capaciteitsuitbreiding en een hoger saldo per hen, is dat de laatste jaren sterk veranderd. Hubers: “In de legsector wordt nu veel ingezet op automatisering en slimme technologie. Mede dankzij AI en inzet van cameratechnologie is het mogelijk om eieren van tweede soort automatisch te selecteren. De capaciteit van een arbeidskracht neemt daardoor toe tot wel 80.000 eieren per uur. Ik zie dat bedrijven daar tonnen in investeren.”
De waarde van leghennenbedrijven is door het hoge rendement flink toegenomen. Briels merkt dat jonge pluimveehouders daardoor meer vertrouwen hebben in de toekomst. “In de sector wordt verdiend. Dat trekt aan en vergroot het arbeidsplezier.” In het Zuid-Nederland hebben meerdere grote leghennenhouders zich uit laten kopen door de overheid. Dat heeft ook Voergroep Zuid geraakt, zegt Briels. Een groep twijfelende ondernemers ging vanwege de florerende eiermarkt alsnog door. Voergroep Zuid onderzoekt intussen de mogelijkheden om in het midden van het land wat meer voet aan de grond te krijgen. “Ook België is voor ons een interessante regio.”
Hubers ziet de afgelopen jaren steeds meer gebeuren dat Nederlandse leghennenbedrijven worden overgenomen door handelaren en verwerkers. Hij vraagt zich af wat dit betekent voor de machtsverhouding in de sector en de van oudsher sterke positie van familiebedrijven. “Het is marktwerking. Geld geeft macht. Ik vraag me weleens af of de machtsverhoudingen niet scheef komen te liggen. Het is aan de grote spelers om het waar te maken. Arbeid is en blijft een sterk punt van familiebedrijven.”
Jonge hennen zijn schaarser én duurder geworden
Vogelgriep en NCD hebben in Europa behoorlijke gaten geslagen in de legsector. De hoge prijzen lokken intussen productie uit. Dat betekent dat er momenteel een tekort aan opfokcapaciteit is. “In de opfok is sprake van krapte. Iedereen wil kippen”, zo zegt Alex Janssen, verkoopleider bij kuikenbroeierij en opfokorganisatie Vepymo. Jonge hennen zijn dit jaar nagenoeg al niet meer te krijgen bij het bedrijf. “Sommige legpluimveehouders bestellen nu al hennen voor medio 2027”, zegt Janssen. Het is nog niet duidelijk wat jonge hennen dan kosten. De dieren zijn in een jaar tijd flink in prijs gestegen, zegt Janssen. “De basisprijs is met circa € 1 gestegen, van € 7 naar € 8. Dat is inclusief voer en entingen”, aldus Janssen. De hogere kosten hebben te maken met de gestegen vergoedingen voor legvermeerderaars en opfokkers. Zij kijken met een schuin oog naar de saldo’s van leghennenhouders en willen meeprofiteren van de goede marktomstandigheden. “De kosten voor arbeid, vaccins en brandstof zijn ook toegenomen”, aldus Janssen.
Naast de opfok en verkoop van jonge hennen exporteert Vepymo ook broedeieren en vooral eendagskuikens. Janssen ziet een toenemende vraag vanuit landen als Polen, Roemenië, Hongarije en Bulgarije. “Daar is echt wel wat aan de hand.” Leghennenhouders die produceren voor de verwerkende industrie krijgen te maken met toenemende concurrentie uit het buitenland, voorziet Janssen. “De marges op deze eieren kunnen op termijn onder druk komen te staan.”
