Als het om dierlijke productie gaat, dan is de pluimveesector de meest efficiënte.
Wij sturen niet op centen, maar op tienden van centen; we weten de voederconversie tot minstens twee cijfers achter de komma en kunnen productie tot op het uur plannen. De goed geoliede machine produceert onder de streep mooie winsten, nu en qua historisch gemiddelde. Voorwaarde is wel dat de spreekwoordelijke machine goed geolied is en blijft. Helaas blijkt dat buiten én binnen de pluimveesector de grenzen aan efficiëntie in de keten zijn bereikt. Ja, er is nog ruimte in efficiëntieverbetering in genetisch potentieel, voerbenutting en bijvoorbeeld diermanagement, maar tegelijkertijd zijn er grote risico’s in de keten, die dit soort verbeteringen meer dan teniet kunnen doen.
NCD in Polen en Duitsland
Het grootste risico schuilt in het fenomeen ‘Just In Time’ productie. Om verliezen en stilstaand kapitaal te vermijden, is de ‘net op tijd’ productie tot in haarvaten van de economie doorgevoerd. Echter, bij een beetje tegenwind zijn de potentiële gevolgen groot, zo niet desastreus. Dat blijkt momenteel ‘in het groot’ op de oliemarkt en soms ‘in het klein’ bij een leeg schap in de supermarkt. Eénzelfde risico zit ook ingebakken in de pluimveesector. Eén ‘klein’ voorval, NCD in Polen en Duitsland en de aanpassing van vaccinatieschema’s door de verhoogde NCD-dreiging in Nederland, legt dat risico meteen bloot. Vaccins worden massaal opgekocht door Polen en Duitsland en ook andere landen willen extra vaccins. Daardoor is de beschikbaarheid van vaccins hier alarmerend slecht. Een situatie die nog maanden kan aanhouden, met alle risico’s voor de sector van dien.
Bij een beetje tegenwind zijn de gevolgen groot, zo niet desastreus
Nog een voorbeeld van zo’n kwetsbaarheid in de keten is de afgelopen maanden in Engeland aan het licht gekomen. Daar werd salmonella op één van de twee noemenswaardige legbroederijen aangetroffen. Hoewel er uiteindelijk ‘slechts’ één broedronde moest worden afgebroken en vernietigd, leidde dat meteen tot een aanzienlijke verstoring in hennenopfok, latere opzet en lege stallen bij bijvoorbeeld geplande herbevolking na een eerdere vogelgriepuitbraak op diverse legbedrijven. Eén probleem in de keten had gevolgen op tientallen legbedrijven en was uiteindelijk tot in de supermarkt merkbaar.
Meer vet op de botten
Het nastreven van efficiëntie is een absolute noodzaak, tegelijkertijd moeten reserves worden ingebouwd om continuïteit te waarborgen bij schokken in de keten. Zoals een pluimveehouder moet anticiperen dat de voerfirma onverhoopt een dag later kan komen dan gepland, dienen andere ketenpartijen iets vet op de botten aan te houden om te kunnen garanderen dat de hele keten niet stilvalt.
