Boerderij: Deel pluimveehouders legt zich neer bij CBb-uitspraak

29-10-2019
Zeker 21 pluimveehouders leggen zich neer bij de CBb-uitspraak over blokkades tijdens de fipronil-crisis. Enkele advocatenkantoren bestuderen de uitspraak.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) concludeerde dinsdag 15 oktober dat blokkades van 115 pluimveebedrijven tijdens de fipronil-crisis terecht zijn geweest. Tegen de uitspraak van het College van Beroep kan geen (hoger) beroep ingesteld worden. Wel is het nog mogelijk om een schadevergoedingsprocedure in gang te zetten of een procedure te starten bij het Europese Hof van Justitie. Dat laatste is mogelijk wanneer Europese wetgeving niet of niet op de juiste wijze is uitgevoerd. “In de procedure bij het College van beroep hebben we geen aanleiding gezien om aan te nemen dat daarvan sprake is. Maar we zullen dat nogmaals goed uitzoeken”, zo melden advocaten Constantijn de Lange en Tim Bodewes van Bout Advocaten.

Koen van den Akker van Boskamp & Willems Advocaten laat in een korte reactie weten dat hij geen schadevergoedingsprocedures of gang naar de Europese rechter overweegt. Het advocatenkantoor vertegenwoordigt 21 pluimveehouders.

Bevoegdheid bedrijven te blokkeren

Advocaat Benno Nijman van A&S Advocaten laat weten de uitspraak eerst nog heel goed te gaan bestuderen en intern te bespreken. “Wij zien in de uitspraak dat fipronil niet mocht in verband met de volksgezondheid. Het enige wat je kunt zeggen is dat de manier waarop de NVWA te werk is gegaan niet helemaal is zoals het had gemoeten. Daar kun je wellicht verder gaan wat betreft schadevergoeding. Maar dan is de vraag: waar is dan precies onrechtmatig gehandeld, waar is de overheid aansprakelijk voor en welk deel van de totale schade betreft dat dan? De overheid had de bevoegdheid om bedrijven te blokkeren”, zegt Nijman.

Je weet ook dat in dit soort zaken volksgezondheid heel zwaar weegt

Stallen op meer locaties

Uit de uitspraak valt te lezen dat de rechter eigenlijk concludeert dat als de overheid wel helemaal juist had gehandeld, het eindresultaat waarschijnlijk niet anders was geweest. Nijman wijst erop dat dat er bedrijven zijn geweest met verschillende stallen op meer locaties, die allemaal geblokkeerd werden terwijl er wellicht maar 1 besmet was. Nijman: “Daar zit de crux. Als de NVWA van te voren had aangegeven wat zij gingen doen, hadden pluimveehouders gegevens kunnen aanleveren welke stallen wel of niet door ChickFriend behandeld waren.” Hij wil dit goed bekijken. Hij concludeert: “Je hoopt altijd op meer, maar je weet ook dat in dit soort zaken volksgezondheid heel zwaar weegt. Daar moet je rekening mee houden.”

Aparte civiele procedure

Constantijn de Lange en Tim Bodewes zeggen gezamenlijk: “We hadden ook graag gezien dat het College van Beroep was ingegaan op ons standpunt dat de NVWA niet het hele bedrijf had hoeven sluiten, maar had kunnen volstaan met een verbod op het rechtstreeks in de handel brengen van eieren voor menselijke consumptie. Dat heeft het CBb niet gedaan, omdat dat volgens hen geen onderdeel is van het besluit van de NVWA. Zoals wij het zien, was dat echter wel van belang voor het besluit.” Ze zoeken uit of een nieuwe en aparte civiele procedure kans van slagen heeft. “We hebben de mogelijkheden daartoe op dit moment nog niet nader uitgezocht, en kunnen daarover op dit moment dan ook nog niet meer vertellen.”

Het is nog niet duidelijk of deze CBb-uitspraak een vervolg krijgt. Zeker is dus wel dat een aantal pluimveehouders daar vanaf ziet. De procederende pluimveehouders werden vertegenwoordigd door 4 advocatenkantoren en 2 adviesbureaus.

Medeauteur: Bouke Poelsma

 

Tekst: Kirsten Graumans, redacteur pluimveehouderij

 
 

Inloggen op de ledenportal