Pluimveeweb: 'Afwaarderen uitloopei kost leghennenhouders ruim 700.000 euro per week'

03-02-2021
Dat eieren van opgehokte vrije uitloophennen als scharrelei verkocht moeten worden vanaf volgende week vrijdag 12 februari zorgt voor grote financiële schade voor leghennenhouders en pakstations (eierhandelaren) op korte en lange termijn. „De schade kan alleen voor leghennenhouders al oplopen tot meer dan 700.000 euro per week,” schat voorzitter Hubert Andela van Anevei, de vereniging van eierhandelaren en eiproductfabrikanten.

Vanaf volgende week vrijdag 12 februari mogen eieren van Nederlandse vrije uitloophennen die vanwege de ophokplicht opgehokt zitten niet meer als vrije uitloop-ei worden gestempeld. In de weken erna zal het vrije uitloop-ei daarom tijdelijk als scharrelei in het winkelschap liggen.

Op 23 oktober vorig jaar stelde minister Schouten van Landbouw een landelijke ophokplicht in. Afgelopen maandag 1 februari schrijft de minister aan de Tweede Kamer dat ze de ophokplicht op aanraden van de Deskundigengroep Vogelgriep nog niet wil opheffen. Op 11 februari loopt de maximale termijn van 16 weken af, waarbinnen de eieren van opgehokte hennen volgens EU-regels nog als vrije uitloop-ei mogen worden verkocht. Anevei beseft dat de minister met haar besluit het advies van de deskundigen volgt, maar wil toch wijzen op de grote economische schade ervan voor de eierketen.

Nederlandse winkelschappen

Anevei en het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) hebben gezamenlijk voor hun leden uitgezocht welke EU-eisen gelden voor eieren van vrije uitloophennen die langer dan 16 weken binnen moeten blijven. Met speciale verpakkingen en schapinformatie, kan worden geprobeerd deze ‘nieuwe’ scharreleieren voor de consument zichtbaar te houden, mits het woord vrije uitloop-ei niet wordt gebruikt. Pluimveehoudersverenigingen LTO/NOP en NVP roepen hier begrijpelijkerwijs toe op.

Anevei-voorzitter Hubert Andela tempert de verwachtingen van het zichtbaar houden van het voormalige vrije uitloopei: „We juichen het toe dat de eieren in een deel van de Nederlandse supermarkten als zodanig zichtbaar blijven, maar iedereen moet zich realiseren dat driekwart van de Nederlandse vrije uitloopeieren naar Duitse supermarktketens gaan”.

Duitsland

In Duitsland is er geen landelijke ophokplicht en in de regio’s waar die wel is ingesteld, gebeurde dat weken later dan in Nederland. In Duitse supermarkten zullen Duitse vrije uitloopeieren dus nog wel te koop zijn. Voor de Nederlandse eierketen betekent dit financiële schade, maar ook imagoschade bij zowel Duitse inkopers als de Duitse consument. En een verslechtering van het imago van het Nederlandse ei, veroorzaakt ook schade op langere termijn.

Directe economische schade voor de leghennenhouders

De vrije uitloopeieren moeten worden afgewaardeerd naar scharrelei. Eind 2016 berekende de WUR dat dit een pluimveehouder 12 eurocent per hen per week kost. Voor een volwaardig vrije uitloop-pluimveebedrijf met 25.000 hennen is dat 3.000 euro per week. Uitgaande van zes miljoen vrije uitloophennen, kost het de leghennenhouders iedere week 720.000 euro. (Bron P. van Horne, Wageningen Economic Research, December 9, 2016)

Vraaguitval en schade voor pakstations

De leden van Anevei hebben in 2017, toen in ons land een vergelijkbare situatie optrad, gemerkt dat de lagere beschikbaarheid van vrije uitloopeieren leidde tot vraaguitval die tot een jaar na de onderbreking van de leveringen merkbaar was. Consumenten die een bepaald aantal weken misgrijpen, wennen weer aan scharreleieren en de verwerkende industrie en de grootkeukens passen bij verminderde beschikbaarheid van vrije uitloopeieren hun receptuur aan.

Zodra de ophokplicht weer wordt opgeheven, zal er een overschot zijn aan vrije uitloopeieren. De markten voor zowel scharrel- als vrije uitloopeieren zullen gedurende vele maanden nog ontregeld zijn. Pakstations die afnamecontracten met vaste prijzen met leghennenhouders hebben afgesloten, gaan ook in die periode nog grote schade ondervinden.

Regionaal intrekken ophokplicht

In het openbare verslag van de Deskundigengroep, die in januari bijeen kwam, staat dat het aandeel van gevonden dode vogels met het vogelgriepvirus ten opzichte van het aantal ingezonden dode vogels afnam: van 50 tot 75 procent in november naar 5 procent in januari. De deskundigen concluderen dat we in de staart van de epidemie zijn aanbeland, maar dat nog niet is te voorspellen hoe lang die staart duurt. Ook in de ons omringende landen blijft de vogelgriepsituatie onzeker, zo schrijft de deskundigengroep.

De minister eindigt haar brief aan Kamer met de mededeling dat ze de vogelgriepsituatie onder wilde vogels en het bijbehorende insleep risico voor pluimveebedrijven nauwgezet volgt. En dat ze, eventueel regionaal, maatregelen zal intrekken zodra dat risico voldoende is afgenomen.

Anevei pleit ervoor om voor de Nederlandse regio’s die grenzen aan Nordrhein Westfalen dat regionaal intrekken niet lang meer uit te stellen. Er zijn geen besmettingen van commerciële bedrijven vastgesteld in dit Bundesland, dat op de lijn Enschede-Maastricht aan ons land grenst. Juist in de meest oostelijke delen van ons land leven de minste wilde watervogels en zijn nog geen besmettingen op bedrijven vastgesteld.

Structurele oplossing

Als structurele oplossing pleit Anevei – met haar ketenpartners LTO/NOP en NVP - ervoor om de huidige ’16-weken bepaling’ te herzien. Het ligt voor de hand om aansluiting te zoeken bij de voorschriften voor de buitenuitloop voor biologische leghennen: dieren moeten tenminste een derde van het leven toegang hebben tot de buitenuitloop.

Dat de consument zo’n bepaling uitstekend vindt, blijkt uit het succes van het segment biologische eieren en uit het feit dat het Nederlandse concept voor weidemelk (koeien tenminste 120 dagen per jaar gedurende minimaal 6 uur per dag buiten) op veel waardering kan rekenen. De voorziene aanpassing van de EU-Handelsnormen vormen een goed moment voor een succesvolle lobby door de Nederlandse overheid en bedrijfsleven, volgens Anevei.

 
 

Inloggen op de ledenportal