Boerderij: Henner Schönecke: ‘?Van de 20 broederijen blijven maar enkele over’

19-03-2023

Redactie

Robert Bodde

chef rundvee- en varkenshouderij

De Duitse legsector ziet met vrees tegemoet dat vanaf 1 januari 2024 alle haankuikens van leghennen in leven moeten blijven. Sinds 2021 kromp het aantal broederijen al van twintig naar acht en verdere sanering dreigt.

Voorzitter Henner Schönecke van de Duitse brancheorganisatie voor de legsector – Bundesverband Ei – is trots op de Duitse legsector. Maar hij ziet de toekomst bezorgd tegemoet.

“Qua legpluimveehouderij reed Duitsland altijd in een Ferrari. We hadden ’s werelds meest toonaangevende genetici. Alle foklijnen en -technieken kwamen uit Duitsland, maar ze zijn hier nu niet meer. We hebben moderne nieuwe legbedrijven, top-broederijen. We hebben nauwelijks nog leghennen in verrijkte kooien. De meeste zitten in scharrelstallen en een aanzienlijk deel zit in een vrije uitloop- dan wel biologische houderij.

Echt, alles op het hoogste niveau wereldwijd. We doen in Duitsland meer aan dierenbescherming en dierenwelzijn dan waar ook. De eisen daaromtrent maken de productie echter te duur. De eierketen verplaatst zich nu steeds meer naar het buitenland, waar al deze onderwerpen niet of later gaan spelen. Dat is het dilemma. We hebben als brancheorganisatie keer op keer hiervoor gewaarschuwd en het komt allemaal uit.”

Hoe heeft de Duitse legsector zich ontwikkeld?

“Wij zijn altijd netto-importeur geweest van eieren en eiproducten, we zijn zelfs wereldrecordhouder eierimport. De zelfvoorzieningsgraad is nu ongeveer 73%, ofwel een kwart van de eieren die we eten komt uit het buitenland. Dat is al flink toegenomen, want in 2010 was de zelfvoorzieningsgraad slechts 55%. In 1990 waren er zo’n 75 miljoen hennen in Duitsland, nu zijn het er nog 55 miljoen. De grootste krimp kwam tijdens de verplichte omschakeling van kooihouderij naar alternatieve huisvestingssystemen. Dat moest in Duitsland voor 2008, in Europa gold 2010 als einddatum. In 2016 ging de vrijwillige stop op snavelkappen in. Sindsdien worden geen snavels meer gekapt op de Duitse broederijen. Zo’n vrijwillige, marktgedreven regeling hadden we ook gewenst rondom het doden van eendagskuikens.”

Wat speelt er bij dat doden?

“Het Bundesverwaltungsgericht (vergelijkbaar met de Nederlandse Raad van State, red.) oordeelde in 2019 dat we moeten stoppen met het doden van de kuikens als er een technische mogelijkheid voor vroege geslachtsbepaling is. De CDU-minister van Landbouw heeft daarop vanaf 1 januari 2022 het doden van eendagskuikens verboden. Die wet is gebaseerd op twee methodes om haantjes te detecteren, beide laat in het broedproces. Daarna is de wet aangescherpt.

Vanaf 1 januari 2024, dus over tien maanden al, moet geslachtsbepaling in het ei vóór de zevende broeddag plaatsvinden. Daar is nog geen commerciële, technische oplossing voor. De consequentie is dat we vanaf 1 januari alle hanen moeten grootbrengen, als we nog broederijen in Duitsland willen hebben.”

Waar komt die zevende dag vandaan?

“Van een te groot geloof in de technologie. De onderzoekers waren gewoon te optimistisch over de Raman-spectroscopie die op de vierde dag effectief zou kunnen detecteren. Die zou snel op de markt komen. Toen we in het wetgevingsproces zaten, was echter al duidelijk dat deze spectroscopie er niet voor 2024 zou komen: die geeft te veel foute resultaten.”

Waar gaat dat toe leiden?

“Dat werpt zijn schaduw al vooruit. Van de twintig legbroederijen die in 2021 actief waren, draaien er nu nog maar acht. Ruim de helft is dus gestopt. Daardoor zijn er ook minder henkuikens uitgekomen, vorig jaar maar 25 miljoen. Dat betekent dat we slechts voor de helft van de 55 miljoen leghennen in Duitsland de kuikens zelf hebben uitgebroed. De rest is geïmporteerd.


We verwachten dat bij ongewijzigd beleid het aandeel eigen kuikens nog verder zal dalen. En natuurlijk investeert niemand nog in broederijen, gezien het verbod vanaf 2024. Als de wet niet aangepast wordt, blijven er maar enkele broederijen over die leghennen én de broertjes opfokken. Alle andere zullen verdwijnen. Dat is het dilemma waar we in zitten.”

Is een latere ingangsdatum een optie, of is het al een gelopen race?

“In maart 2023 moet het ministerie van Voedsel en Landbouw een rapport indienen, waarin ze aangeeft wat de status is: of geslachtsbepaling voor de zevende broeddag praktijkrijp beschikbaar is en vanaf welke dag het embryo pijnprikkels ervaart. Het parlement kan daarop reageren, maar hoeft dat niet. We proberen de politieke partijen en overheden er nu van te overtuigen dat 2024 niet haalbaar is. We vechten daar als BVEi voor, omdat we in Duitsland broederijen moeten hebben om leghennen te kunnen houden. Anders verlies je veel waarde in de keten. Een eierketen kan gewoon niet zonder de broederijen.”

Wat is dan wel haalbaar voor zo’n rigoreus verbod? 2025? 2027? 2030?

“We kunnen als BVEi geen deadline aangeven, alleen de onderzoekers die werken aan de technologie kunnen dat. Het stellen van zo’n datum is volgens ons ook een verkeerde benadering. Er is één Europese markt, daarom moet dit kuikendodingsvraagstuk op Europees niveau worden opgelost. Europese dierenwelzijnsorganisaties zijn al verheugd dat Frankrijk de hyperspectrale analyse op dag 13 doet. Ze zeggen dat daarmee het haantjesprobleem is opgelost.

We zijn wereldmarktleider als we het net zo mogen doen als elders

In Duitsland willen we het meteen ethisch volledig correct doen. Het vonnis van 2019 zei alleen dat we het doden van kuikens moeten beëindigen. Het zei niet dat we moesten kijken hoe het broedproces verloopt, of het embryo in het ei pijn ervaart, of wat het juiste afdodingsmoment is. Het gaat alleen om het beëindigen van het doden van eendagskuikens. Dat hebben we al gerealiseerd, en dat moet zo blijven. We zijn wereldmarktleider als we het net zo mogen doen als elders. Geen ander land kan tippen aan de wijze zoals wij het ingericht hebben.”

Er zijn goedwerkende detectietechnieken voor geslachtsbepaling in het broedei op de negende broeddag. Waarom niet op die dag handhaven?

“Ja, maar daar is te veel weerstand tegen, dat is niet meer haalbaar. De Duitse organisatie voor dierenbescherming en de ermee bevriende organisaties in andere landen vinden zoiets niet de juiste weg. We moeten volgens hen naar dubbeldoelleghennen, naar rassen die genetisch aanleg hebben voor redelijke daggroei en ook een goede eierproductie hebben. Ze vinden dat we met verkeerde genetica werken.”

Welk kansen geeft u hun ideeën?

“Er zijn nieuwe dubbeldoelrassen op de Duitse markt geïntroduceerd. Het grootste koppel dat daarvan nu in Duitsland gehouden wordt, telt 7.000 hennen. Nagenoeg niet aanwezig dus. Het probleem is namelijk dat deze dubbeldoelers slechts 220 eieren per jaar leggen, hoogstens tweederde van wat de huidige productierassen leveren. Maar een nog groter probleem is dat het miniscule eieren zijn. Die wil de consument niet. En het haantje ervan? Dat groeit sneller dan een haantje van een klassieke leghybride, maar de mestperiode duurt nog steeds lang bij een hoog voerverbruik. Zijn vlees is erg stevig en ziet er anders uit dan het gangbare. Het is maar de vraag of je daar afzetmarkt voor krijgt.”

Waar staan ??we over drie tot vijf jaar?

“De omvang van de Duitse markt voor eieren zal nauwelijks veranderen. Dierenwelzijn blijft een item, daar moeten we ons op focussen in Duitsland. Bij de tafeleierenmarkt is het al goed geregeld. Op de verpakkingen in de supermarkt staan veel labels en verklaringen: herkomst, zijn de broertjes gedood, hoe is het bewaard etcetera. Bij pasta’s en bakwaren en dergelijke geldt echter geen declaratieregeling voor herkomst en houderij van de verwerkte eiproducten. We trekken er hard aan dat de industrie die ook moet vermelden. Als we in Duitsland zo’n dure houderij moeten runnen, dan moet dit ook op het verwerkte product tot uiting komen.

Een retailer die zegt: ‘Ik verkoop alleen OKT-eieren’, zou bij alle verwerkte producten hetzelfde moeten eisen. In ieder geval bij de producten onder zijn eigen private labels. Daar heeft hij namelijk invloed op. Wettelijk kun je dit niet afdwingen, het raakt aan de vrije handel en open markt binnen de EU. We kunnen een wet opstellen die het doden van kuikens in Duitsland verbiedt, dat is gebeurd. Maar de Staat kan de verkoop niet verbieden van een ei of eiproduct afkomstig van hennen waarbij de haantjes gedood zijn. De Staat kan wel openheid afdwingen over de productiewijze, met of zonder het doden van kuikens. Dan laat je de consument beslissen, dan is het eerlijk.’

Wil de consument ervoor betalen?

“De consument heeft er het geld voor. We hebben zeker delen van de bevolking die op elke cent moeten letten. Maar een OKT-ei kost in de winkel tussen de anderhalve tot twee cent meer dan een regulier ei. Bij een consumptie van 200 eieren per jaar is dat nog geen vier euro. Het prijsverschil kan geen argument zijn.”

Blijft Duitsland niet-OKT-hennen importeren?

Ja. We mogen ze importeren, want ze zijn volgens de Europese wetgeving vrij verhandelbaar. Ze kunnen ook ingezet worden om eieren te produceren. Van grofweg 30 tot 40% van de 55 miljoen leghennen in Duitsland zijn de broertjes als eendagskuiken gedood. Dat aandeel zal zo hoog blijven, vertellen broederijen en handelaren ons. In sommige sectoren groeit het zelfs. Er zijn immers nog steeds afnemers die zich niet om de declaraties bekommeren.”

Nederland exporteert veel eieren en hennen naar Duitsland. Moeten we ons zorgen maken?

“Ik bewonder de Nederlandse handelsgeest. De drie grote integraties passen zich heel precies aan hun afzetmarkten aan. Nederlandse eierproducenten die aan de Duitse markt leveren, produceren onder KAT-toezicht. Broederijen stellen eisen op of scherpen ze aan. Statistieken tonen aan dat 90% van de haantjes voor OKT-productie die in Nederland uitkomen, niet in Nederland maar in Polen worden afgemest. Die gaan dus dwars door Duitsland naar Polen. Dat toont precies het dilemma waarin we ons nu bevinden. Vanaf 2024 moeten we onder KAT-regels de haantjes opfokken, maar eigenlijk is dat ongewenst omdat we die hanen niet in Duitsland kunnen grootbrengen. We hebben de capaciteit niet en dus moeten de Polen dat doen. Het enige waartoe het verbod gaat leiden, is een toename van diertransporten om conform de wet leghennen te kunnen uitbroeden. Dat kan niet het doel van de regeling zijn.”

 
 

Inloggen op de ledenportal